Cun tè

Cun tè1- Cun tè (vertaald)
M. Frassati – Jean-Claude Acquaviva

2- U mare é u Fiume (vertaald)
G.P. Ristori – Jean-Claude Acquaviva

3- U ventu scemu e a vechja serena (vertaald)
B. Dolovici – Jean-Claude Acquaviva

4- Versu di u vinaghjolu

5- I Piscadori e u mare (vertaald)
M. Frassati – Jean-Claude Acquaviva geïnspireerd door een gedicht van Pablo  Neruda

6- I Muvrini (vertaald)
G.T. Rocchi – Jean-Claude Acquaviva

7- Criaturella (vertaald)
M. Frassati – G.C. Acquaviva

8- Cumpagnu (vertaald)
opgedragen aan Ghjuvanni Antonelli M. Frassati – Jean-Claude Acquaviva

9- Aghju Coltu (vertaald)
M. Acquaviva – Jean-Claude Acquaviva

10- Vogliu (vertaald)
R. Coti – Jean-Claude Acquaviva


1 Cun tè

Un parlaraghju micca per tè
Donna di la piazza di Maghju
Anna, Maria o Lucia
temi ch’ùn sia compiu u viaghju
Di tante vite à l’angunia
Un parlaraghju micca per tè…

Un parlaraghju micca per tè
Amica di la Piazza Rossa
Quand’è la notte senza stelle
Copre di foscu la to mossa
Chjama di speranze ribelle
Un parlaraghju micca per tè…

Un parlaraghju micca per tè
O ombra di biancu vilata
D’un paese ch’ùn si ramenta
l’amore ch’è tù l’hai datu
Si sente sempre la to pienta
Un parlaraghju micca per tè…

Un parlaraghju micca per tè
Chi m’hai pigliu per la manu
Per sunnia à un avvene
Duve li surrisi saranu
Sti fiori ch’ùn sò ancu à vene
Un parlaraghju micca per tè…
Ma parlaraghju cun tè.

1 Met jou

ik zal niet vóór jou spreken
Vrouw van het plein van Mei
Anna, Maria of Lucia
Je vreest dat de reis nog niet ten einde is
de reis van zovele levens in angst
ik zal niet vóór jou spreken…

ik zal niet vóór jou spreken
vriendin van het Rode Plein
wanneer de nacht zonder sterren
je beweging in nevelen hult
de roep van de opstandige hoop
ik zal niet vóór jou spreken

ik zal niet vóór jou spreken
o wit gesluierde schaduw
van een land dat niet meer denkt
aan de liefde die jij het schonk
je huilen is nog steeds hoorbaar
ik zal niet vóór jou spreken

ik zal niet vóór jou spreken
jij die me bij de hand hebt genomen
om te dromen over een toekomst
waar de glimlach zal zijn
als die bloemen die nog lang niet uitkomen
ik zal niet vóór jou spreken
Maar ik zal mét jou spreken.

2 U Mare é u Fiume

O chjucu ! disse u mare
Parlendu à un fiumicellu
Ind’è e mio acque chjare
Minutu è miserellu
Ti lampi, ghjochi, sparisci
E poi m’inturbidisci.

Guarda à mè, cum’è sò grande
E pò cum’è sò prufondu
Aghju acqua ancu à rivende
E copru u mezu mondu
Quandu in un scornu hè notte
In l’altru u sole sorte.

… Ti portu disse u fiume
U cantu d’u russignolu
Poi dinò u prufume
Di u fiore campagnolu
Lampu ind’a to sciuma bianca
A dulcezza chi ti manca

S’ellu si secca ogni fiume
Puru d’issi pari mei,
Averia menu fume
In trè mesi, cinque o sei
A cosa hè più chè sicura
Cambiaria d’andatura !

Fiume, paesi, populi
Ancu chjuchi è miserosi
In stu mondu sò utuli
Perchè anu certe cosi
Ch’elle’un hà u più putente
Piglia nota, è teni à mente !

2 De Zee en de Rivier

Hé kleintje, zei de zee
tegen het riviertje
in mijn heldere wateren
stort jij je, klein en armzalig
je speelt, je verdwijnt
en dan vertroebel je me ook nog..

Kijk eens naar mij, hoe groot ik ben
en dan, hoe diep ik ben
Ik heb nog water over om te verkopen
en ik bedek de halve wereld
als in één hoek de nacht valt
komt in een andere de zon op.

…Ik breng je, zei de rivier
het lied van de nachtegaal
en ook nog de geur
van de veldbloem
Ik stort in jouw witte schuim
de zachtheid waaraan het jou ontbreekt

Als iedere rivier opdroogt
dan zou hij, verschoond van mijn gelijken
niet meer zo opscheppen
want in drie maanden, of vijf of zes
dat is wel heel zeker
zou hij van aanzien veranderen!

Rivieren, landen, volkeren
al zijn ze klein en armzalig
zijn nuttig in deze wereld
want ze hebben bepaalde zaken
die de machtigste niet heeft
Neem er nota van en onthoud het!

3 U ventu scemu e a vechja serena

Un vintacciu stridaghiolu
è ghjuntu, fattu Natale ;
tracarcu di neve fresca,
neve di lu Caprunale…
Figliulone di l’inguernu
sintia di timpurale

una tinta vicchiarella
si n’andava dirinata
u vintacciu scaccanendu
in carrughju l’hà lampata…
a roba di lu so’ saccu
è partuta spargugliata !

‘sa vicchiuccia minutella
l’ha puntata…l’ha struppiata !
a so’ capillera bianca
s’è disciolta, s’è… cappiata
a cità, da cim’ à fondu
fù spazzata, schiaffittata !:

l’emu alzata, la vicchiuccia !
ferita, murmutulava !
in casa l’emu purtata…
u so’ capu sanguinava
e… lu ventu, ventu scemu
sbaccunava, scaccanava

fieru di la so’ vittoria
camminava, ughjulava
cun’ la vecchia mi so’ statu…
a so voce trimulava !
l’altru facia… l’abissu !
ella, persa… si signava !

stu ventu, stu ventu scemu
accanitu a curava
a vecchia da lu purtellu
intrèpita… u guardava
mugata da su dimoniu
serena, spatinustrava !

3 De zotte wind en het gelijkmoedige oudje

Een gemene gierende wind
is opgestoken, het was net Kerstmis
beladen met verse sneeuw
sneeuw van de Caprunale
de grote zoon van de winter
er zat onweer in de lucht

Een arm oud vrouwtje
ging vermoeid naar huis
de gemene wind heeft haar schaterend
in de steeg omver gegooid
en de spullen uit haar tas
zijn alle kanten op gerold

dat lieve kleine oudje
hij heeft haar geduwd, hij heeft haar verwond!
haar witte kapsel
is losgeraakt, is.gevallen
en de stad werd van top tot teen
schoongeveegd en gestriemd

we hebben haar overeind geholpen, het oudje
ze was gewond, ze brabbelde!
we hebben haar naar binnen gebracht
haar hoofd bloedde
en… de wind, de zotte wind
deed maar stoer en schaterde

Trots op zijn overwinning
ging hij rond, loeide hij
ik ben een poosje bij het oudje gebleven
haar stem trilde!
daarbuiten ging het vreselijk te keer!
en zij, in gedachten, bekruisigde zich!

die wind, die zotte wind
bleef koppig met haar bezig
het oudje, vanuit het raam
bekeek hem… onverschrokken
en, verwond door die duivel,
bad ze kalm het Onze Vader

5 I Piscadori e u mare

Ramentati una volta
Quell’acula marina
Purtata da u libecciu
Chi curava a marina

Ramentati le sponde
Di la mio terra amata
Di mille canti è gridi
A l’ora di l’ambata

Ripigliu
Mare, Mare…
Senti l’omi chi ti chjamanu
Mare, Mare…
Guardendu lu vastu oceanu

Per vince fretu è fame
O quanti piscadori
Sulchighjavanu l’onde
Spechju di tanti albori

N’hai nutritu tante
Ghjente di u fucale
Famiglie per quale ormai
Si move u timpurale

Sia torna un amicu
Un’ mena micca tantu
Ma dacci, Mare nostru
Issu rigalu tamantu

Apre a scatula verde
Luccichente à l’intornu
E’ spone qui per noi
U pesciu d’ogni ghjornu

5 De vissers en de zee

Denk nog eens een keer
aan die zeearend
die, gedragen door de libeccio*
zorgde voor het strand

Denk nog eens een keer
aan de oevers van mijn geliefde land
van duizenden gezangen en kreten
als de zeebries opsteekt

refrein
Zee, zee…
hoor de mensen die je roepen
Zee, zee…
terwijl ze uitkijken over de uitgestrekte  zee

Om koude en honger te overwinnen
ach, hoeveel vissers
hebben niet de golven doorkliefd
spiegel van zoveel zonsopgangen

Zoveel mensen heb je gevoed
bij de huiselijke haard
Families voor wie voortaan
het onweer zich roert

Wees toch weer een vriend
dreig toch niet zo veel
naar geef ons, onze zee,
dat geweldige geschenk

doe de groene doos open
die schittert naar alle kanten
en leg hier voor ons neer
onze dagelijkse vis

6 I Muvrini

Noi simu i mufrini
Ghjunti da l’alte muntagne
E chi s’appuppanu à l’alba
Quella di e vostre brame.

Simu di stu Paese
E ci vulemu ingrandà
Simu di stu Paese
E ci volemu amparà
Simu di stu Paese
E ci volemu campà

Babbi è mamme chi ete tantu
Suspiratu à e partanze
Statelu à sente stu cantu
Colmu di nove speranze

O zitelli auropeani
D’Africa à l’altre cuntrate
Unimu e nostre mani
E cantemu à piene labbre.

6 De bergschaapjes

Wij zijn de bergschaapjes
Uit de hoge bergen hier gekomen
die zich laven aan de borst van de  morgenstond,
die van jullie verlangens

Wij horen bij dit Land
en hier willen we opgroeien
Wij horen bij dit Land
en hier willen wij leren
Wij horen bij dit Land
en hier willen wij leven

Vaders en moeders die zo
moesten zuchten bij het vertrek
Luister naar dit lied
vol nieuwe hoop

Oh kinderen van Europa
van Afrika tot in andere streken
Laten we de handen ineen slaan
en zingen uit volle borst

7 Criaturella

U ghjornu di lu primu pientu
Ti vogliu apre lu mio core
Ti vogliu di ch’issu paese
Hè in cerca di u so prim’ albore
Dopu fughjite le gruppate
E dopu compiu lu furore.

S’è tù scopri oghje lu mondu
S’ella principia la to vita
Ascolta o criaturella
Cum’ella và quessa la vita
Carca di venti è di fiori
E d’acque chjare à l’infinita.

Ti vogliu parlà una lingua
Chi oghje hè guasi pruibbita
ma chi ci porta ad alta voce
Un’ antru versu di la vita
Ella sarà per tè la luce
Chi rende a strada più schjarita.

Ti vogliu dà un ideale
Fattu di rispettu è d’amore
Per ch’issa terra è issa ghjente
Scaccinu disprezzu è dulore
E ch’ellu sbucci in lu to mondu
U sole d’issu prim’albore.

7 Kindje

Op de dag van je eerste kreten
Wil ik mijn hart voor je openen
Ik wil je vertellen dat dit land
Zoekt naar zijn eerste morgenstond
Nu de buien zijn overgetrokken
En de strijd is uitgewoed.

Als jij vandaag de wereld ontdekt
Als je leven begint
Luister dan kindje
Hoe het toegaat in dit leven
Vol met wind en bloemen
En heldere wateren zo ver het oog reikt..

Ik wil je een taal spreken
Die vandaag bijna verboden is
Maar die met luide stem
Een andere manier van leven brengt
Die zal voor jou het licht zijn
Dat je de weg verheldert..

Ik wil je een ideaal geven
Bestaande uit respect en liefde
Opdat dit land en deze mensen
Minachting en pijn verdrijven
Opdat er opgaat in jouw wereld
De zon van die eerste morgenstond.

8 Cumpagnu

Spessu ti rivecu
Mai ùn mi smintecu
Cumpagnu
Di la to prumessa

L’aghju sempre à mente
Tale un focu ardente
Cumpagnu
Fiamma di purezza

Vola sopr’à le lecce è l’alivi
O Culomba, l’azurru ai da striscià
Per dicci chè no semu vivi
E chi persu ùn avemu, è luttà…

T’anu ammanittatu
Cum’è un scelleratu
Cumpagnu
Ghjittatu in prigione

Notte angusciose
Stonde dulurose
Cumpagnu
Ma spera Nazione

Suffrimenti umani
Per ch’issu dumane
Cumpagnu
Sia di dignità

Issu cantu sta sera
Si farà prighera
Cumpagnu
Luce di libertà

8 Makker

Vaak zie ik je weer voor me
nooit zal ik vergeten
Makker
je ons beloofde

Ik heb het steeds in mijn hoofd
als een brandend vuur
Makker
vlam van zuiverheid

Vieg over de eiken en de olijven
o duif, trek een streep langs de blauwe lucht
Om ons te zeggen dat we leven
dat we niet hebben verloren en moeten strijden

Ze hebben je geboeid
als een misdadiger
Makker
en in het gevang gegooid

Nachten vol angst
verdrietige momenten
Makker
Maar het land hoopt

Het lijden van de mens
opdat de dag van morgen
Makker
de waardigheid mag kennen

Dit lied vanavond
zal worden tot gebed
Makker
licht van de vrijheid

9 Aghju Coltu

Aghju coltu ste vellutine
Per purtàleti in stu locu
Aghju sceltu le più fine
Culo’ di u nostru focu

So corsu per i viottuli
Scumpagnatu da u timore
Abracciendu centu populi
Figlioli di lu stessu amore

So ghjuntu à core in manu
Famitu pedi pulidrinu
E lu to attu umanu
Fù di giràmi lu spinu…

9 Ik heb geplukt

Deze fluwelen bloempjes plukte ik
om ze hier bij jou te brengen
ik heb de allermooiste uitgezocht
die met de kleur van ons vuur

Ik ben over de weggetjes gerend
door de angst verlaten
honderden volkeren omarmend
kinderen van eenzelfde liefde

Ik kom met mijn hart in de hand
hongerig op blote voeten
en als daad van menselijkheid
keerde jij me de rug toe

10 Vogliu

Vogliu cantà pà i paesi
Chi l’aligria hè in ogni core
Quand’eddi ùn ci so più afesi
E ch’eddu si spanna l’amore

Vogliu ramintà tutta a storia
Di lu me populu firitu
Chi da sempri s’hè fattu gloria
D’ùn essa mai pruibitu

Vogliu tuccà tutti i vistichi
Chi fermani in u me locu
E’ di lu sangui so li vichi
Chi si girani in un focu

Vogliu cantà tutti i passaghi
Insinement’à lu tramontu
Chi anc’avà semu mucati
Senza avenni fattu lu contu

Vogliu purtà tutti i dulori
Ch’ùn si so mai sparasiati
Com’è tamanti crepacori
Ormai par sempri andati

Vogliu bramà tutti l’avveni
Tutte le gioie più durace
E’ cù l’amicizia chi veni
Firmà sempri à cori in pace

10 Ik wil

Ik wil zingen voor de landen
zodat er vrolijkheid is in ieder hart
wanneer er geen onrecht meer bestaat
en de liefde opbloeit

Ik wil heel de geschiedenis herinneren
van mijn gekwetste volk
wat zich altijd de roem heeft aangerekend
nooit verboden te kunnen worden

Ik wil alle sporen aanraken
die zijn blijven staan in mijn dorp
en de stroompjes van zijn bloed
die zich slingeren naar een vuur

Ik wil alle reizen bezingen
tot aan de zonsondergang
want ook nu zijn we verwond
zonder daarvan de rekening op te maken

Ik wil alle pijnen dragen
die nooit aan het licht zijn gekomen*
als een enorm groot verdriet
wat nu voor altijd is verdwenen

Ik wil verlangen naar iedere toekomst
naar alle duurzame vreugdes
en met de vriendschap die er aan komt
altijd een vredig hart behouden