Intantu

Intantu1- U casticu
tekst: Seneca bewerkt: Jean-Claude Acquaviva Muziek: Jean-Claude Acquaviva

2- Paghjella (vertaald)
traditioneel

3- L’arditezza
tekst: Seneca bewerkt: Jean-Claude Acquaviva muziek: Jean-Claude Acquaviva

4- Makharia
geen tekst beschikbaar

5- A Paghjella di l’Impiccati (vertaald)
tekst: Ghjuvan-Teramu Rocchi muziek: Jean-Claude Acquaviva

6- A Canzona di a malata (vertaald)
tekst: Ghjuvan Pasquinu Acquaviva

7- Cose Viste (vertaald)
tekst en muziek: Jean-Claude Acquaviva

8- U Sipolcru (vertaald)
tekst en muziek: Jean-Claude Acquaviva

9- Trà debbii maiò (vertaald)
tekst: Marcellu Acquaviva muziek: Bruno Coulais

10- E Loche (vertaald)
tekst: Marcellu Acquaviva muziek: Bruno Coulais

11- Kyrie (vertaald)

12- L’anniversariu di Minetta (vertaald)
tekst en muziek: Tavagna

In het licht van jouw herinnering
Zo dierbaar aan mijn hart
Wil ik elk toegegeven ogenblik
Intens leven
En het voor jou leven.

13- Sub Tuum (vertaald)

14- Caracolu di brame (vertaald)
tekst: Marcellu Acquaviva muziek: Bruno Coulais

15- Sumiglia (vertaald)
tekst: Marcellu Acquaviva muziek: Jean-Claude Acquaviva


2 Paghjella

A’manu dritta ci hè guegnu
Di monte Cintu figliolu

Chì ci sparghje u so regnu
Da Calinzana à Niolu

Ci corre pè li so monti
A musa di Pampasgiolu

2 Paghjella

Rechts ligt Guagnu
zoon van Monte Cintu

Wiens rijk zich daar uitstrekt
van Calinzana tot Niolu

Daar zwerft over haar bergen
De Muze van Pampasgiolu

5 A Paghjella di l’Impiccati

Sè vo ghjunghjite in Niolu
Ci viderete un cunventu
Di u tempu u tagliolu
Ùn ci n’hà sguassatu pientu
Eranu una sessantina
Chjosi in pettu à u spaventu

Dopu stati straziati
Da i boia o chì macellu
Parechji funu impiccati
Ci n’era unu zitellu
L’anu tuttu sfracillatu
E’di rota è di cultellu

Oghje chì hè oghje in Corsica
Fateci casu una cria
Si pate sempre l’angoscia
Intesu dì Marcu Maria
Era quessu lu so nome
Mancu quindeci anni avia.

5 Paghjella der gehangenen

Als je in de Niolu komt
Zul je daar een klooster zien
De tand des tijds
Heeft daar het geweeklaag niet uitgewist
Ze waren met een man of zestig
Opgesloten te midden van doodsangst

Nadat ze waren gemarteld
Door beulen, ach wat een bloedbad
Werd een aantal opgehangen
Onder hen was een knaap
Ze hebben hem geheel verminkt
Zowel op het rad als met het mes

Zelfs vandaag de dag in Corscia
let er maar eens een beetje op:
is nog steeds is de beklemming te voelen
als men hoort zeggen “Marcu Maria”
Dat was zijn naam
Hij was nog niet eens vijftien jaar.

6 A canzona di a malata

Racoltu oralamente ind’`e u Falasorma, è trascríttu tale è quale

Pigliu una penna eppo à scrive mi mettu
In puesia à dipigne stu sugettu
D’ùn esse più frutunatu di rime quantu rigrettu
Pè spiicà quella pustura di a figlia ch’era in lettu

Collu e scale è pichju à l’usciu chjosu
S’affaccò tandu un sguardu luminosu
Dicendu “cosa circate, amicu cusì pietosu ?”
“Cercu à vede a malata” subitamente risposu.

Mi disse allora “hè spressu chì vinite,
Cù pena in dolu à lu male currite
Soca voi, a malata, di moltu a cunniscite.
Aspittate ch’o a parli pè dì li qual’è vo site.”

Entrì in la stanza è fece sta riclama :
“Ci si hè u tale chì  di vede ti brama
S’è tù lu voli riceve hè prontu pè la to chjama”
Tandu da par mè sintiu “dite li ch’ell”entri o Mamma”

S’apre in un colpu di a stanza a sarratura
Entru è salutu cun tutta a primura
E’poi stesu la manu à l’angelica figura
M’apparì guasi lu pientu videndu la so statura

Cusì m’intesu allaccià lu mio core
Videndu soffre quellu limpidu fiore
U m’avaria chjappu eiu piuttostu lu so dulore
ma quessa ùn pudia fà la di crede mi u Signore.

Di tantu in tantu lintava un tristu langu
Chì suminava in mè vilenu pagnu
O dipoi stu ristorbu ùn ne riposu è più n’ùn magnu
Era inundata di larme la so stanza
Quand’è li dissu d’ùn perde la spiranza
Ch’è li purghjiu la manu priparendu la partanza
Ma sempre prichendu à Diu ch’ellu li dessi boa scianza

A mi lacaiu viva pè u mumentu
Poi pariu cù lu core scuntentu
Quelli suspiri lagnosi divintonu per mè spaventu
Durante lu mio camiu aghju vuceratu è pientu

6 Het lied over een zieke

Mondeling ontvangen in de streek van Falasorma en ongewijzigd aldus opgetekend

Ik pak een pen en begin te schrijven
om dit onderwerp in verzen af te schilderen
Hoezeer betreur ik het dat ik niet meer getalenteerd ben op dichtgebied
om uit te leggen hoe dat jonge meisje in bed er bij lag

Ik ga de trap op en klop op de gesloten deur
meteen verschijnt een helder gezicht
en zegt: “Wat zoekt u, waarde vriend?”
“Ik zou de zieke graag willen zien” antwoord ik meteen.

Toen zei ze me: “u bent snel gekomen,
u komt met pijn en verdriet naar het leed toegesneld
Misschien dat u de zieke al lange tijd kent.
Wacht even tot ik haar heb verteld wie u bent.”

Ze ging de kamer binnen en kondigde aan:
“er is een zeker iemand die je heel graag wil zien
als je hem wilt ontvangen wacht hij tot je hem roept”
En meteen hoor ik zelf “zeg maar dat hij binnenkomt, Mamma”

Ineens gaat het slot van de kamer los
Ik ga binnen en groet met grote zorg
en toen ik mijn hand naar het hemelse wezen uitstrekte
ging ik bijna huilen toen ik haar verschijning zag

Zo voelde ik mijn hart ineenkrimpen
bij het zien van die bijna doorzichtige bloem
Dat ik veel liever zelf haar leed op me had genomen
Maar zelfs door mijn geloof in de Heer kon ik dat niet doen

Van tijd tot tijd ontsnapte haar een treurige klacht
wat in mij een giftige somberheid zaaide
Ach, sinds deze ontmoeting slaap ik niet meer en eet ik niet meer
Haar kamer werd overspoeld door tranen
toen ik haar zei de hoop niet te verliezen
en haar de hand reikte om weer te vertrekken
Almaar biddende tot God dat hij haar goede moed zou schenken

Vooralsnog liet ik haar levend achter
en ging weg met een bezwaard hart
Die gekwelde zuchten vervulden mij met angst
Tijdens mijn tocht heb ik gejammerd en geweend

7 Cose Viste

Ún sò ancu centenariu
Ma m’é toccu a vede cose
Chi l’idéie piú diritte
Mi si parenu ritrose

Ben ch’eo tenga a stammi solu
E ch’eo schisgi le cumbotte,
Agghiu vistu copre cani
E spugliassi giuvanotte

Agghiu vistu deputati,
agghiu vistu senatori,
Fà vutà li murtulagghji
Senza teme inquisitori.

Agghiu vistu burlamondi
Tende trappule ai turisti
Nigà pane a li rimiti
E fà pranzi a l’anticristi.

7 Wat ik zag

Ik ben nog wel geen honderd jaar
Maar ik heb soms wel dingen gezien
Waarnaast gebruikelijker zaken
Me tegenstrijdig voorkwamen

Hoewel ik er aan hang alleen te zijn
En mensenmassa’s mijd
Zag ik dat honden werden aangekleed
En dat jonge meisjes stripten

Ik zag gedeputeerden,
Ik zag senatoren,
Die de geesten van doden lieten stemmen
Zonder angst voor de rechter

Ik heb gezien hoe flessentrekkers
Vallen voor toeristen strikten
Dat kluizenaars brood werd geweigerd
En voor misdadigers banketten werden aangericht.

8 U Sipolcru

Hè bellu cà ghjutu à fine
U libru di e scritture
È u mondu s’addurmente
In e pessime friture
Ci ere tù, omu sperava
Dì o Diu dì mi la strada

T’anu allucatu in a tomba
Ch’è tu possi arripusà
Ma un pintone ci impedisce
D’esse vicini à vighjà
Pè pienghje lu to suspiru
Pè chere u to perdunà

Ùn credu chì Pediniella
Sia forte quant’è tè
Tù chì cummandi à lu ghjustu
U puvarellu è u rè
Ma to luce più n’ùn vecu
Sò orfagnu è mi n’avveccu.

8 Het Graf

Dichtgeslagen is nu
de Schrift der Schriften
En de wereld valt in slaap
In de ijzigste koude
Jjij er altijd, en men hield hoop
Wijs me, God, wijs me de weg

Men heeft je in het graf gelegd
Opdat je rust kunt vinden
Maar een rotsblok belet ons
Om dichtbij je te zijn en te waken
Om je laatste adem te bewenen
Om je vergiffenis te vragen

Ik geloof niet dat de Dood
Net zo sterk is als jij
Jij die de rechtvaardige
De arme en de koning beveelt
Maar je licht zie ik niet meer
Ik ben verweesd en dat besef ik.

9 Trà debbii maiò

Addurbatu và l’omu trà e fulene appese
In li debii maiò di e so alte chimere
L’omu di e baldanze, di ‘infinite attese
Scutumia chì hè à intilà e spere

L’omu di nome toiu l’omu di nome meiu
Viadante chì hè à visticà e prove
Di lu so ghjornu vechju
quessu chi ùn fù mai reiu
E’chì sciolse i so sguardi in ‘sse mascare nove.

9 Tussen de grote wereldbranden

Somber trekt de mens door het dwarrelend stof
naar de grote wereldbranden en hun hoge luchtkastelen
De mens van het zelfvertrouwen, van eindeloze verwachtingen
hoogmoed die de hoop opspant

Die mens heeft jouw naam, die mens heeft mijn naam
De zwerver die op zijn oude dag naar bewijzen zoekt
hij die nooit schuldig was
en die zijn blik afwendde achter die nieuwe maskers

10 E Loche

Sarre senza più fine, di chjampita billezza
Cù e vostre borghe accolte nate attempu à u mondu
Duv’ellu balla u muvrellu, in’eternu vagabondu
Duv’è và lu me sguardu è duv’è mi ci affondu.

Tresca d’alti sciappali è di zenne appinzate
Fatta à sdresge e niule chì vi danu arrembu
Ad’appacià lu core chì passa cù l’abrucata
E si cerca u licore di u so più dolce lembu.

10 De bergen daarginds

Bergketens zo ver het oog reikt, van de zuiverste schoonheid
Met je verborgen burchten, gelijk met de wereld ontstaan
Waar het bergschaapje danst, in een eeuwige zwerftocht
Waar mijn blik naar afdwaalt en waarin ik verdrink

Samenzwering van hoge rotswanden en grillig gepunte randen
Geschapen om de wolken die er op steunen uiteen te scheuren
Om de ziel tot rust te brengen die bij zonsondergang passeert
En op zoek is naar de nectar van zijn liefste stukje land

11 Kyrie

Kyrie eleison
Christe eleison
Kyrie eleison

11 Kyrie

Heer, ontferm u over ons
Christus, ontferm u over ons
Heer, ontferm u over ons.

12 L’Anniversariu di Minetta

Per tutti l’anni chì sò scorsi
Per le to gioie è le to pene,
Per li fatti è li discorsi
Per lu sangue di le to vene.

Ripigliu :
È … per la to mimoria cara
Chì luce sempre in core à mè
Vogliu gode ogni stonda permessa
Vogliu gòde la per tè.

Per li to ochji à la funtana
U t’ amore immensità,
A cara santa nostra mamma
Per l’oghje è per l’eternità.
( Ripigliu )

Tù sì la mio surella cara
Quella ch’hè nata à tempu à mè
È sì di mè stai luntana
Seraghju sempre accant’à tè.

12 De verjaardag van Minetta

Voor al de afgelopen jaren
Voor al je vreugde en verdriet,
Voor wat gebeurde en de gesprekken
Voor het bloed dat in je aderen was

Refrein:
En… om de dierbare herinnering aan jou
Die straalt voor eeuwig in mijn hart
Wil ik genieten van elk moment mij gegund
Wil ik ervan genieten voor jou

Voor je ogen aan de bron
Je liefde waar geen eind aan kwam
Voor onze lieve heilige moeder
Vandaag en tot in eeuwigheid
(Refrein)

Jij bent mijn geliefde zuster
Die gelijk met mij geboren werd
En ook als je ver van mij bent
Zal ik altijd aan je zijde zijn.

13 Sub Tuum

Sub tuum praesidium
confugimus,
Sancta Dei Genitrix.
Nostras deprecationes ne despicias
in necessitatibus nostris,
sed a periculis cunctis
libera nos semper,
Virgo gloriosa et benedicta.
Amen.

13 Sub Tuum

Onder uw bescherming
nemen wij onze toevlucht,
heilige moeder van God;
verstoot onze gebeden niet
in onze nood,
maar verlos ons altijd
van alle gevaren,
o roemrijke en gezegende Maagd.
Amen.

14 Caracolu di brame
D’un amore chì si cerca,
Ma chì s’imbriaca d’odiu
Quand’ogni fiume si assecca,
Sà e ferite tamante
Cù e carne negre è frante
L’altru hè visu di bambace
Chì face da mizianu
Trà u sonniu chì si face
E’u basgiu più grazianu
Sà e spere di l’attrachju
Quandi a pena face spachju
L’orma di l’omu s’avanza
A’u sugliare d’un mazzone,
Da ritruvà ogni stanza,
Poi leghje à bughjone.
14 Rouwstoet van verlangens

Van een liefde op zoek naar zichzelf,
Maar die dronken wordt van haat
Wanneer elke stroom opdroogt,
Kent hij de grote wonden
Met het stukgereten zwarte vlees
Hij is het andere gezicht, de lont
Die de verbinding vormt tussen
De gedroomde droom
En de meer verlossende kus
Hij kent de hoop van de zonsondergang
Wanneer de pijn ruimte maakt
Het voetspoor van de mens gaat voort
Op de zonzijde van een rotshelling,
Om iedere kamer te hervinden
En dan in diepe duisternis te lezen

15 Sumiglia

S’hè distesu ind’è l’aria un affannu di morte
E’sò fatti di marmaru i visi sott’à lu sole
Sò d’abissu i silenzii è in pulvina e fole
U mondu incrudelitu sbattutu hà e so porte

Caminerà ab’eternu issu stolu senza fine
Cù la to sipultura sdresgendu ogni bagliore
E’chì facia ruvidu u trimendu dulore
Chì rode u campà à iss’ore visparine

E’quandu in tempi à vene invichjarà u ricordu
Ogni palmu di sta terra si purterà à l’iglia
Un sonniu fattu veru chì in u intimu accordu
Di tè si n’avarà fida sumiglia.

15 Evenbeeld

In de lucht heeft zich een dodelijke benauwdheid verspreid
van marmer zijn de gezichten onder de zon
Ravijndiepe stiltes, de sprookjes verpulverd
De wereld, wreder dan ooit, heeft alle deuren dichtgegooid

Tot in eeuwigheid zal deze eindeloze stoet rondtrekken
Die door jou te begraven iedere schittering heeft uitgewist
die de vreselijke pijn nog rauwer maakte
die knaagt aan het leven in die uren na zonsondergang

En wanneer in de toekomst  de herinnering zal vervagen
dan zal elke handbreedte van deze aarde op de heup worden meegedragen
door een waar geworden droom die in dat innig verbond
een getrouw evenbeeld van jou zal tonen