Recensies

Nabulio|Apocrifu|Requiem|NBE & A Filetta|Spitalfields|Johanneskirche|Hasselt|Sfinksfestival

Recensie Nabulio:

Nabulio

Nabulio werd aangekondigd als een oratorium,  maar er is principe niet veel religieus bij. (Terwijl ik dit opschrijf bedenk ik dat dat misschien ook niet per se hoeft. ‘Orare’ ken ik vanuit het kerklatijn als ‘bidden’, maar waarschijnlijk betekent het in het klassiek latijn wel gewoon ‘spreken’. Een orator is tenslotte een ‘spreker’ en geen ‘bidder’!)

Een spreekstem, een geweldig acteur van de Comédie Française in dit geval, draagt voor uit teksten, brieven, dagboekaantekeningen, toespraken van Napoleon. De teksten gaan over alles wat we van Napoleon kennen: de komst naar Frankrijk, zijn kroning, zijn liefdes, zijn oorlogen, zijn overwinningen en zijn nederlagen, zijn verbanningen naar Elba en Sint Helena. Daarbij heeft Bruno Coulais nogal programmatische maar fascinerende muziek bij geschreven, voor orkest, maar ook voor A Filetta.

Het was als vanouds: een tot de laatste plaats bezette zaal valt totaal stil zodra de muziek begint en je kunt een speld horen vallen tot het allerlaatste eind. En de uitvoering was zoals we gewend zijn: loepzuiver en van een emotionerende kwaliteit. Formidable!
We zijn weer teruggekeerd met ‘la tête pleine de chansons, et le cœur plein de souvenirs’.
©Gerard van den Heuvel maart 2017 Laon

Recencies Apocrifu:

Eerlijk is eerlijk: we kochten alleen kaartjes voor Apocrifu omdat A Filetta meedeed, hoewel dat alleen al reden genoeg was, en we waren méér dan gelukkig deel te mogen uitmaken van het Brighton Festival onder gastdirecteur Aung San Suu Kyi. Wat we echter vonden, terwijl we keken hoe Apocrifu verliep, was een rijke artistieke mix die onze stoutste verwachtingen overtrof.

We hadden ons uiteraard ingesteld op moderne dans, begeleid door de polyfone muziek van A Filetta. De onthutsende, overweldigende stijl van A Filetta was ons al bekend en de innovatieve choreografie en krachtige boodschap van Sidi L arbi Cherkaoui kwamen ook niet als een verrassing. Maar de kenmerkende manier van dansen van Cherkaoui en zijn partners Dimitri Jourde en Yasuyoki Shuto was onconventioneel en tegelijkertijd op een rare manier vertrouwd, en sleepte ons onverbiddelijk mee in de actie van de uitvoering.

Maar er was nog méér. Dit was niet alleen dans en muziek, maar ook nog theater. En niet alleen door het gebruik van rekwisieten (boeken als opstapjes, dreigmiddelen en muren), maar ook door het gesproken woord, dat ons verhalen vertelde en aan het lachen maakte. En de veelzijdige dansers waren niet alleen acteurs en komieken, maar ook begenadigde poppenspelers, die hun houten maatje al net zo behendig hanteerden als met hun eigen lichaam.

Ook A Filetta werd opgenomen in die combinatie en samensmelting van verschillende soorten kunstuitingen. Dans gebruikt muziek vaak als achtergrond, als begeleiding of ondersteuning. In Apocrifu echter vervult A Filetta een andere rol. De zangers zijn een volwaardig onderdeel van de uitvoering, met een eigen choreografie, betrokken, de zeven mannen die zingen en bewegen, samen en apart, als deel van de dans, voegen iets toe aan het drama. Hun aanwezigheid – visueel en auditief – in combinatie met die van de drie dansers creëert een indrukwekkend artistiek geheel.

De uitvoering was van een dusdanige diepgang dat ik vermoedelijk maar een klein deel van wat er op het podium gebeurde heb kunnen zien en waarderen. Ik moet Apocrifu nog eens zien – en nog eens.
©Helen Neve mei 2011 Brighton

apocrifuVanaf het moment dat ik de eerste klanken hoorde en een danser op de trap zag  vergat ik te ademen, het was alsof ik daar alleen zat.
Dat de voorstelling intens zou zijn wist ik al (door het lezen van de recensie van Ep op onze site), maar wat ik zag ging mijn verwachting te boven. Ik was volledig onder de indruk van de dansers met al hun bewegingen, verbazingwekkend soepel en snel.

Nooit eerder zag ik de kracht van “het boek”, zo beeldend, het boek als handreiking, als wapen, als ‘stepping-stone’.
Het handenspel van de dansers met de boeken was absoluut subliem, ik bleef de handen volgen en ik was beduusd te zien dat iedere danser weer eindigde met zijn eigen boek.

Tijdens de hele voorstelling zag ik veel symboliek, er wordt slechts een klein beetje gesproken maar er is ontzettend veel gezegd.

Ik kreeg de rillingen toen één van de dansers werd verstoten door de anderen, het gevoel werd versterkt door de monodie van Jean-Luc die direct over ging in Benedictus samen met de andere stemmen van A Filetta. De zangen van A Filetta verlengden de emotie van wat je op het podium zag.

Er gebeurde zoveel op het toneel dat ik weinig tijd had om naar A Filetta te kijken, maar ik heb geen noot gemist.

De sfeer werd grimmiger, intenser en wanneer de laatste danser zich met steeds meer moeite voortbewoog werd de zang krachtiger.
Het allerlaatste beeld snijd mijn adem, en ik hoor ineens dat ik niet alleen ben, er gaat een zucht door de zaal.

Apocrifu, de onuitgesproken woorden die nog lang zullen naklinken.
©Laurent Lohez oktober 2009 Antwerpen

Apocrief
Woorden. Je kunt ze lezen, je kunt ze verslinden. Je kunt er bruggen mee slaan, je kunt er oorlogen om voeren. Woorden kunnen loos zijn of juist veelbetekenend. Je kunt ze ergens opplakken, je kunt met ze gooien en je kunt ze met voeten treden. Dat laatste doet choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui met zijn voorstelling Apocrifu, letterlijk.

We schrijven vijf minuten voor elf op een waterige zaterdagavond, in een tot danstheater omgebouwde tramremise in Düsseldorf. Eindelijk zwaaien de gordijnen open. Op het toneel zeven zangers, drie dansers, een pop en boeken, heel veel boeken.

Wikipedia: Apocrief is een term waarmee bepaalde boeken worden aangeduid die aanspraak maakten om als onderdeel van de Bijbel te worden beschouwd, maar niet in de canon van de Bijbel zijn opgenomen. Er bestaat echter ook een alledaagse betekenis. Het woord ‘apocrief’ komt van het Griekse apokruphos dat “geheim”, “verborgen” betekent.

Op de planken ontbrandt een heftige strijd om de (verborgen) waarheid. De dansers kronkelen door het stof, ze wervelen zich in het zweet om met elkaar in contact te komen. Ze rollebollen, ze stampvoeten ritmisch, ze vechten om hun gelijk. Ze kunnen het niet eens worden. Natuurlijk niet. De boeken die eerst nog een pad naar een andere enkeling effenden, worden als projectielen gebruikt. Wee degene die de waarheid spreekt, zelfs al is hij van hout. Dan komt de blanke sabel eraan te pas. Boeken worden doorstoken. Iedereen met een mening moet dood. Is het zwaard toch machtiger dan de pen?

Applaus
Wacht, het verhaal is niet compleet. Het bijbehorende geluid zijn we vergeten. Genadeloos registreren je oren  de klappen waarmee de dansers met hun voeten, maar soms ook met hun knieën pijnlijk hard op de vloer belanden. Maar vooral hoor je de schellen om hun benen waarvan ze zich proberen te bevrijden. Eén danser wil het maar niet lukken. Hij snikt het uit en hijgt. Zijn pijn is bijna voelbaar. Juist hij moet het als eerste ontgelden in de survival of the fittest die volgt.

Staande ovatie
We hebben nog iets overgeslagen. De schitterende muziek. Die wordt live verzorgd door de zeven zangers van A Filetta. De polyfonische zang van dit Corsicaanse gezelschap zorgt niet alleen in een kerk of een circustent voor kippenvel. In het Tanztheater in Düsseldorf wordt treffend gedemonstreerd waarom de vermaarde filmcomponist Bruno Coulais al vele malen met A Filetta de studio is ingedoken. De intensiteit van de zang past naadloos bij beelden die hoe dan ook al emoties oproepen. Zo resulteert de samenwerking tussen Sidi  Larbi Cherkaoui en A Filetta in een ongekende synergie, vooral ook omdat de zeven zangers als reuzenschaakstukken bijdragen aan de uitgekiende choreografie van Apocrifu.

Buiging
Uiteindelijk rest de schaamtevolle aftocht van de laatste overlevende, de trap op. Boven aangekomen bedenkt hij zich geen seconde en stort zich op de al uitstervende, klaaglijke klanken van A Filetta in de diepte. Je kunt de anderen wel uitmoorden, maar je schiet er niets mee op, want alleen was je toch al. Ieder voor zich zitten we opgesloten in de isoleercel van onze eigen perceptie. Over de waarheid zullen we het nooit eens worden. Alsof de waarheid bereikbaar is voor gewone stervelingen.

Doek
©Ep Meijer november 2008 Düsseldorf

Recencies Requiem:

 

“Agnus Dei” – Di Corsica Riposu, Requiem pour deux regards

“Ringrazii di core”
©Marilena Verheus, l’Aghja, Ajacciu 11 april 2011

“Ik wil niets zeggen, ik wil alleen maar terugdenken aan het meest intieme, intense, majestueuze concert dat ik ooit beleefde…”
©Suzan Lohez, Bouffes du Nord, Parijs 25 april 2011

“Soms is het beter even te wachten, niet direct te reageren of in mijn geval een verslag te maken. Maar bijna één week na de feiten kan ik niet anders dan dit hier te plaatsen…
Dit is wat ik maandagnacht schreef na het optreden van A Filetta in Parijs:

Ik ben in choque!! Bijna vijftig jaar en ik heb vanavond het mooiste concert ooit gezien.

Niet in het stade de France, Gelredome, Vorst Nationaal, Werchter, Sportpaleis Antwerpen. Geen U2, Springsteen, Rolling Stones, Prince of een andere grote ster…

Maar wel A Filetta in het ongelooflijk mooie, piepkleine theatre des Bouffes du Nord in Parijs. Lelijk aan de buitenkant, met het geluid van metrohalte ‘la chapelle’ als achtergrond, het toeteren van scooters en auto’s, de normale drukte van een grootstad.

Binnen, de totale stilte en overweldigend mooi! Centraal een klein podium, waarrond ossenbloedrode muren, wat weggesleten door de tijd, zoals ik het zag in Pompeii in de villa dei misteri. Zuilen en koepel die me deden denken aan die oude moskee in Istanbul en toen begon pas het concert!

Ik weet, dat ik geweend heb, van ontroering, gepakt, pure emotie, dikke tranen over mijn wangen maar ik was niet de enige.

Ik weet niet, of ik na de eerste minuten nog geademd heb, volledig meegesleept door A Filetta en Daniele di Bonaventura op bandoneon.

Intiem, ingetogen, donker, triest, pakkend, zoals het bij een requiem hoort…

De zeven, in het zwart geklede zangers, volledig opgaand in de muziek, soms eenzaam, dan weer de armen om elkaar, klemmend, steunend, de bandoneon klagend, puffend, kreunend, het publiek muisstil.

Notte Tralinta, Kyrei, Figliolu d’Ella, Meditate, Agnus Dei, Altrunimu, In Paradisum… Leven is sowieso ook sterven.

Na het concert lukte het niet om in slaap te geraken, de muziek bleef maar door mijn hoofd spoken.

A Filetta – Di Corsica Riposu, Requiem pour deux regards. Mooier bestaat er even niet.”
©Eric Viskens, Bouffes du Nord, Parijs 25 april 2011

requiem-parijs“Met groot ongeduld wachten we op het Requiem, na al een paar keer de CD te hebben beluisterd die we onlangs kochten. We ontmoeten Valérie en Sabine en ook onze vrienden Suzan, Laurent en hun zoon Julien (de jongste fan van A Filetta, zoals op zijn T-shirt staat) en gaan al snel de verassende zaal van Bouffes du Nord binnen. Een “ruw” decor maar zeer comfortabel.

We gaan zitten, we zien andere vrienden, een paar bekende gezichten (Don Kent, Bruno Coulais…) en het concert begint. We voorvoelen dat dit een grootse avond zal worden. Het publiek is aandachtig en onze vrienden zijn in topvorm. Vanaf het begin van Di Corsica Riposu zitten we op één golflengte met de zang. Een wonderschoon stuk, tot in perfectie gezongen door Jean-Claude en begeleid door een bourdon van een verassende stabiliteit. In tegenstelling tot de CD speelt Daniele (zeer bescheiden) mee in dit stuk, en voegt het zachte zuchten van zijn bandoneon zich bij de lage stemmen. Het Miserere dat volgt is al net zo bezielend. Jean-Luc zet in, en vervolgens herkennen we de stemmen van elke zanger, Paul, Maxime, Jean, José, Ceccè, Jean-Claude…

Geen applaus tussen de nummers (dit was uitdrukkelijk gevraagd voor het concert) die elkaar opvolgen met enkele seconden adempauze ertussen. Enkele intermezzo’s waarbij Jean-Claude teksten voordraagt, ingeleid door Daniele, zorgen voor wat meer lucht tussen de zangen. De interventies van Daniele zijn perfect, absoluut passend. Wat een musicus!

Het concert gaat voort, het publiek wordt steeds meer gegrepen, alle toeschouwers volgen de ademhaling van de zangers, tot ze er welhaast van stikken!

Het Requiem eindigt met In Paradisum en het publiek mag eindelijk applaudisseren. Men houdt zich niet in, een stortbui van applaus en “bravi” daalt neer op de Bouffes du Nord. Jean-Claude kondigt een stuk aan dat lijnrecht tegenover de sfeer van het Requiem staat: La folie du cardinal, satire van religieuze zang. Na een nieuw salvo van applaus, komen de zangers terug en gaat Daniele zitten op de eerste rij, tussen het publiek. Jean-Claude kondigt een Georgische zang aan, een schitterend Ghmerto. Het publiek zou willen dat deze avond nooit ophield en onze vrienden schenken ons, ditmaal samen met Daniele, nog U Sipolcru tot besluit.
Een grandioze avond !”
©Jean-Claude Casanova (l’Invitu), Bouffes du Nord, Parijs 25 april 2011

Recencies Huil, klaag, bid en bemin:
Maart 2011 Nederland

“Een ruime halve cirkel op de achtergrond: de plaatsen voor de musici van het NBE. Daarvóór schemert een soort donkere etalagepop met een wit aureooltje. De lichteffecten daarvan zullen later in het programma de tegenspeler vormen van de solo-fagottiste in “Ricercare voor fagot en licht”. Helemaal vooraan de lessenaars voor de gebruikelijke halve cirkel van de zangers van A Filetta. Verwachtingsvolle spanning. Voor dit concert heb ik 250 kilometer vanuit Duitsland afgelegd.

Muziek! Jean-Luc komt het podium op, zingend, helemaal alleen. Al snel volgen een contrabassist en een blazer, en geleidelijk sluiten de andere A Filetta-zangers en de NBE-musici zich bij hem aan, allemaal zingen en spelen ze, tot iedereen op zijn plaats staat. De muziek gaat door en een spreker (de hoboïst van het NBE) draagt daarbij een korte humoristische tekst voor die tot nadenken stemt. Zal de wereld echt morgen rond koffietijd ontploffen? En op dezelfde manier, in omgekeerde volgorde, zal het concert straks ook eindigen. Tussen die twee momenten: anderhalf uur muziek zonder pauze – een voortdurend samenspel van instrumentalisten en zangers, met zeer creatieve arrangementen van Ernst Reijseger en zonder dat de ene groep de andere overstemt. Ernst Reijseger heeft stukken speciaal voor dit concert gecomponeerd maar ook A Filetta-nummers van een nieuwe achtergrond  met NBE-begeleiding voorzien.

De polyfonie van de zangstemmen vervlecht zich met instrumenten als basklarinet, trombone, hobo of viool. Nu eens legt A Filetta een klanktapijt onder de af en toe verscheurend-klaaglijke muziek van het NBE, dan weer brengt  het NBE nieuwe accenten aan in prachtige A Filetta-nummers als “L’Arditezza”, “Treblinka” of “Liberata”. En wanneer een huilende hobo of een gevoelige trombone de solo van Jean-Claude overneemt zijn dat heel bijzondere momenten. Vlak voor het einde “Sub tuum” – overweldigend! Mij ontsnapt een zacht “Bravo”, hoewel er tussen de stukken door geen applaus is. Op het eind een staande ovatie en een enthousiast applaus waaraan geen einde lijkt te komen. Het publiek is pas tevreden als het voor een kleine toegift in de foyer wordt uitgenodigd. Daar kan men ook de musici ontmoeten (en bijvoorbeeld mooie handtekeningen bemachtigen). De A Filetta-zangers zijn erg aardig!

Het mooiste voor mij persoonlijk heb ik nog niet vermeld: mijn plaats in de zaal was weliswaar op de eerste rij, maar ver naar links, aan de zijkant, en bij aanvang van het concert merkte ik, dat ik in de halve cirkel van A Filetta alleen de ruggen van Maxime en Ceccè kon zien. Jammer! Maar o wonder, precies in het midden van de eerste rij, direct tegenover de zangers, waren vier plaatsen onbezet gebleven. Toen twee andere toeschouwers daar in het donker snel heenslopen, waagde ik het er ook op. En daar zat ik, nog geen twee meter van A Filetta af, en ik kon mijn geluk amper bevatten: iedere gezichtsuitdrukking, iedere handbeweging, ieder oogcontact en elke gefluisterde noot mocht ik meebeleven en ik kreeg zelfs nog een vluchtige glimlach van Jean-Claude cadeau. Dit zal voor mij een onvergetelijke avond blijven.
A Filetta heeft wederom laten zien hoe goed ze bij het samenwerken met andere musici nieuwe impulsen op kunnen pakken. Samen wisten het NBE en A Filetta het publiek te betoveren.”
©Gabriele Mertens, Duitsland

“vrijdagavond 11 maart in Haarlem hebben mijn man en ik ontzettend genoten van de voorstelling Nederlands Blazers Ensemble A Filetta Huil, klaag, bid en bemin.
Oude klanken in een nieuwe verpakking. Blazers en zangers vullen elkaar heel subtiel  en mooi aan, dit is echt ‘Muziek’. Bedankt”
©H. Spaanderman, Uitgeest

“Ik vond de muziek mooi! Het begint zachtjes en met het orkest werd het steeds drukker en harder, de grote trommel vind ik prachtig, en de viool kon hele gekke geluidjes maken, dat vond ik mooi. Het was net alsof we in een grote kerk zaten, door het licht, net als ramen van een kerk. Na de trommel vond ik de hobo het mooist, vooral toen de hobo alleen met A Filetta speelde.”
©Julien Lohez 7 jaar

“Zondag: we schakelen voortijdig over naar NL1 en vallen midden in een optreden van een groep mannen. Ik zit al gauw ademloos te luisteren en gefascineerd te kijken naar A Filetta, waar ik nog nooit van heb gehoord. Als wordt verteld dat de groep morgen, en nog wel met een andere fantastische groep musici, in Arnhem optreedt, kijk ik mijn man aan en besluiten we dat geen van onze andere afspraken voor die avond opwegen tegen een avond genieten van deze muziek. En genoten hebben we! Prachtig! De zaal was lang niet vol, maar toen het applaus losbarstte, was pas duidelijk hoe veel mensen er toch samen met ons hadden zitten genieten. Tot dat moment was het 1,5 uur lang muisstil geweest in de zaal. Wat een prachtige muziek, wat een sfeer. Het is vast niet voor het laatst dat wij van A Filetta hebben genoten!”
©Mariëtte Custers, Arnhem

“Ik heb nog nooit zo hard en zo lang geapplaudisseerd na een concert!”
©Cobi, Groningen

“TV,…..zappen……is er iets interessants? Plotseling een merkwaardig geluid.
Mannenstemmen in een bonte mengeling van tonen.
Solo of meerstemmig, dan vloeiend ……dan staccato.
Van waar? De Balkan?  Afrika?
Dan schieten me de lovende verhalen te binnen van de “Corsifielen ” in de familie.
Kijk in de programmagids en ja hoor het veel “bezongen” koor uit Corsica.
Ben geen muziekkenner maar dit is :
Heel bijzonder , heel erg boeiend!”                        
©J.M.

“Gisterenavond prachtig concert gezien en gehoord in Zoetermeer. In het begin een beetje bang dat geweld van de blazers van het NBE
het a capella van A Filetta zouden overstemmen. Maar dat is niet het geval. Een prima balans. Je ziet respect voor elkaar en ook genieten ze onderling van elkaars muziek. Anderhalf uur muziek van de grote klasse!”
©Harry & Rika, Zoetermeer

“Eén voor één -door elkaar- komen de zangers van A Filetta en de muzikanten van het Nederlands Blazers Ensemble het podium op en start een avondje ademloos luisterplezier. Pakkend vanaf de eerste minuut en zeer intens genieten.

Een sobere setting, iedereen in het zwart, projecties van kerkramen tegen de zijmuur van het theater.

Bij wijle een vreemde combinatie tussen de moderne gejaagde ‘stadsmuziek’ van het NBE en de de oude polyfone Corsicaanse gezangen. Dan weer neemt de groep het heft in handen, een andere keer doen ze weinig meer dan meehuilen met het NBE, het contrast kan niet groter zijn. Een terechte staande ovatie na het concert.

Achteraf in de foyer waren er nog een paar korte stukjes van muzikanten van het NBE en één nummer van A Filetta. De twee uur rijden terug naar België hebben we in een gewijde stilte doorgebracht, nagenietend van het optreden.”
©Eric Viskens, België

“Ik, Lieve van Voorthuijsen, heb meegedaan aan het ‘Half uur’. Dat is een project met het Nederlands Blazer Ensemble. We moesten een eigen voorstelling maken op het thema Huil, Klaag, Bid en Bemin. Dit was erg leuk! Na onze voorstelling mochten we in de zaal zitten en luisteren naar Het NBE en La Filetta. Ik vond het echt betoverend. Toen de mannen begonnen te zingen was ik even sprakeloos. Hun stemmen kwamen zo mooi samen. Het leek net één. Ik verstond niet wat ze zongen, maar het klonk heel ontroerend, alsof ze zelf een waren met de muziek. Ik had het idee dat ze geen lied zongen, maar hun gevoel vertaalde in muzikale klanken. Je hoorde hun gevoel doorklinken in hun zang. Ik heb met volle teugen genoten.
©Lieve, leerling van het Eerste Christelijk Lyceum Haarlem

“Op 12.03.2011 in Zoetermeer wonderschoon concert van A Filetta met Nederlands Blazers Ensemble bijgewoond en er zeer van genoten.
Ongekend mooi en dat nog wel bij de ‘nordistes’ in een Nederlands theater. Het geluid kwam helaas wat droog over. Wij prefereren het geluid van een momumentale kerk in Frankrijk.
Zij worden toegevoegd aan onze Corsicaanse polyphonische ketting met Jean-Paul Poletti,  Nadine Rosello en Barbara Fortuna.”
©Loes & Cees den Hollander

Corsicaanse a capella klinkt als ritueel van afscheid en rouw
©René van Peer

Huil, klaag, bid en bemin. Nederlands Blazers Ensemble met A Filetta. 12/3 Stadstheater, Zoetermeer.

Een concert met de Corsicaanse a cappellagroep A Filetta doet denken aan een dodenwake. De traditionele Corsicaanse polyfonie, voortgekomen uit vroege liturgische muziek, omvat gewijde liederen en klaagzang. De hoofdmelodie loopt langs wild slingerende paden, soms bijgestaan door een tweede stem. De overige zangers plaatsen daar lange lijnen van wisselende akkoorden onder met een zacht en hees timbre. De blazers omgeven de zang soms als een klinkende stralenkrans, klimmen er ook in solo’s bovenuit. Van tijd tot tijd afgemeten met doffe klappen op de grote trom ontvouwt de muziek zich in een bespiegelend tempo, dat wonderwel past bij een ritueel van afscheid en rouw.
De liederen van de Corsicanen, merendeels geschreven door ensembleleider Jean-Claude Acquaviva, zijn onderling verbonden door composities van Ernst Reijseger, die behalve als improvisator naam heeft gemaakt met filmmuziek.
De spanningsboog houdt stand door Reijsegers afgewogen spel met variatie en emotie. Zelfs lange stiltes lokken geen voorbarig applaus uit.
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Maandag 14 maart 2011, pagina 22 – 23

Schurende en schrijnende stemmen
Door merg en been gaat het soms als de zeven mannen van A Filetta hun klaagzangen aanheffen. De stemmen van het Corsicaanse gezelschap schuren en schrijnen. De musici van het Nederlands Blazers Ensemble leggen hier en daar een verzachtend verband aan of verhogen met dreigende klanken de expressie.
De teksten, in het corsicaans, zijn onverstaanbaar maar hun inhoud laat zich gemakkelijk raden. Hier wordt geleden hier wordt van verschrikkingen verhaald. De gebaren van de zangers spreken boekdelen: van pijn vertrokken gezichten, handen aan het hoofd, een arm troostend om een schouder gelegd.
Jean-Claude Acquiaviva en zijn mannen doen al dertig jaar de eeuwenoude Corsicaanse zangtraditie herleven.
Ook hoboïst Bart Schneemann, artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble raakte in de ban van A Filetta en besloot de handen ineen te slaan met de Corsicanen. Grenzen tussen wereldmuziek en klassieke composities, theater en concert zijn er om te slechten, vinden ze bij het NBE.
Zo ook in het programma Huil, klaag, bid en bemin dat het karakter heeft van een indrukwekkend ritueel. De musici komen aan het begin de één na de ander zingend en spelend op en vertrekken aan het slot ook weer één voor één.
Ernst Reijseger heeft de Corsicaanse liederen knap aaneen gesmeed met eigen composities en toegevoegde instrumentale lagen. Die hebben hun eigen stijl met een spookachtige viool, valse lucht blazende blazers, dwingende ritmes, dreigende tromslagen en een speels duet van een fagot met een oplichtend heiligenbeeld. Maar door hun duistere sfeer en donkere klankkleuren sluiten ze prachtig aan bij de zang van A Filetta.
Ook op educatief gebied verlegt het Nederlands Blazers Ensemble graag grenzen. Met het programmaonderdeel “Het half uur” lokt het gezelschap jongeren niet alleen naar de concertzaal maar ook op het podium. Zo mochten leerlingen van het Eerste Christelijke Lyceum hun eigen invulling geven aan het thema Huil, klaag, bid en bemin. Met sketches en liedjes lieten ze het tijdsbeeld verschieten van 1960 naar 2011. “De jeugd van tegenwoordig is cultuur verloren. Hun smaak voor muziek is helemaal bedorven”, rapten ze. Maar met het NBE hoeven we daar niet bang voor te zijn.
Winand van de Kam
Dit artikel werd gepubliceerd in het Haarlems Dagblad op Maandag 14 maart 2011, pagina 13

Recensie: Spitalfields festival

‘Van Corsicaanse bodem’

Wanneer je in Groot-Brittannië woont en van Corsicaanse muziek houdt, zijn live optredens dicht bij huis een zeldzaamheid, dus het A Filetta concert in de Christ Church Spitalfields in Londen beloofde een echt Kerstcadeau te worden.

De wandeling over straat naar de locatie was een geweldige start van de avond. De 18e eeuwse kerk baadde in het licht en de torenspits torende boven ons uit in de nachtelijke hemel. Christ Church Spitalfields is ontworpen door de Britse architect Nicholas Hawksmoor (een tijdgenoot van Sir Christopher Wren), als onderdeel van een poging om voldoende kerken bieden aan de “Godless thousands” (duizenden dissidenten) die net buiten de stad woonden. Onder deze duizenden bevond zich een groot aantal Franse Hugenoten, zijdewevers die kort tevoren waren verbannen uit Frankrijk. Een interessante locatie voor een groep uit Corsica!

Eenmaal binnen nestelden wij ons in onze stoelen in het enorme middenschip, luisterend naar het gebabbel van onze buren in het publiek – meestal in het Engels, maar ook een beetje Frans. Twee leden van ons groepje waren A Filetta-liefhebbers, maar de derde was meegekomen uit nieuwsgierigheid en ik was benieuwd wat ze er van zou vinden. Deze avond zou het A Filetta zonder opsier zijn – pure a capella muziek uit de diepten van het Middellandse zeegebied.

Het concert was gebaseerd op A Filetta’s Bracanà-programma en we begonnen met O Salutaris Hostia. Ik was verbaasd – niet teleurgesteld maar verbaasd toen, ondanks de volgens verwachting prachtige zang, de eerste noten niet de gebruikelijke emotionele en fysieke impact op me hadden, de impact die ik gewoon ben geraakt van Corsicaanse muziek. Ik zal wel moe zijn, dacht ik en leunde achterover om toch te genieten van het optreden. Ik sloot mijn ogen en liet de muziek me optillen en wegvoeren. Een Paghjella en het Agnus Dei later zag ik een glimp van Corsica. Het publiek was geboeid en applaudisseerde enthousiast. Benedictus begon en ik besefte plotseling dat mijn hart en mijn buik, zoals gebruikelijk, de ommekeer hadden gemaakt en dat ik Londen ver achter me had gelaten. A Filetta had een Corsicaans wonder bewerkstelligd, de spanning opgebouwd, ons tot een geheel gemaakt en het probleem – een verbazingwekkend lastige akoestiek – overwonnen. Wat een triomf!

Daarna bleven mijn ogen wijd open! We waren geheel in de ban van het ingewikkelde patroon van noten en lettergrepen, het subtiele samenspel van het akoestische en het visuele. De geneugten van Meditate en Jean Claude Aquaviva’s Figliolu d’ella, de fascinatie van de vertrouwde stemmen die ons meenamen naar een ander land en cultuur door het zingen van Makharia, het Georgische gebed.

We vonden ze fantastisch en natuurlijk gaven ze ons een toegift. Onze vriendin was betoverd en enthousiast. Na afloop hadden we het geluk om een paar woorden te wisselen met de zangers, we waren niet verbaasd het commentaar van Jean Claude Acquaviva te horen over de droogte van de akoestiek en de inspanning die nodig was om ons de volledige A Filetta ervaring te kunnen bieden. Maar ze zijn er zeker in geslaagd. Bravo!
©Helen Neve, 14 december 2010

Recensie Concert Johanneskirche Dusseldorf:

Sette

Sette omi ind’u coru
Tutti vistuti di neru
Chjodu l’ochji, m’innamoru
Nasce un amore veru
Voce di passione piene
Cantanu i so guai è pene

Ind’a ghjesgia alimana
Ùn si sente manc’un ansciu
S’intravede a forza arcana
È lu cantu dolce è lisciu
Trà lu soffiu è l’ardore
Ci diventa spannacore

Visi sette, sguardi sette
Sprimenu dulore è pace
Emuzione da riflette
In ogni stonda fugace
Ochji chjosi o spalancati,
Sguardi sette incantati

Cenni piatti o palesi
Mai si ferma lu currente
Mani in ballu, corpi tesi
Strinte leste ma putente
Linda corre l’energia
È face nasce a magia

Fora u tempu  s’hè piantatu
Ùn estiste chè stu tempiu
Locu di cantu beatu
Di l’armunia esempiu
Ci rallega a passione
Tutt’inseme in cumunione

Zeven

Zeven mannen op het koor
Allemaal in ’t zwart gekleed
Ik sluit mijn ogen, word verliefd
Oprechte liefde welt op
Stemmen vol van passie
Zingen van tegenslag  en pijn

In de Duitse kerk
doorbreekt niets de stilte
Vermoed je de geheime kracht
En het  zacht vloeiend gezang
Doet, tussen zucht en vurigheid
Aller harten opengaan

Zeven gezichten, zeven blikken
Drukken leed en vrede uit
En emotie, om te overdenken
In ieder vluchtig moment
Ogen, gesloten of wijd open
Zeven betoverende blikken

Gebaren, zichtbaar of verborgen
Nooit komt aan de stroom een einde
Dansende handen, gespannen lijven
Aanrakingen, snel maar krachtig
Vloeiend stroomt de energie
En schenkt het leven aan magie

De tijd buiten is stil gaan staan
Uitsluitend deze kerk bestaat
Plaats van goddelijk gezang
Voorbeeld van harmonie
De bezieling bindt ons allen
Samen als één ziel

©Marilena, september 2010

Recensie Concert Hasselt:

Het kippenvel blijft.

Het zal zo’n twintig jaar geleden zijn, ik  zet de radio aan, Belgische zender, en ik  weet niet wat ik hoor. Het zijn zingende  mannen, a capella, stemmen die elkaar  afwisselen en door elkaar heen dwarrelen.  Het heeft een vleugje middeleeuws  monnikengezang, maar toch weer net niet en  muziek uit de Arabische wereld kun je het  ook niet noemen. Het duurt maar even, ik  val kennelijk net in het laatste gedeelte.  Komt er nog meer? Nee, de  programma-mevrouw aan het woord. Ik  krabbel nog net ‘Corsicaanse polyfonie’ op  een papiertje.
Niet veel later ben ik bij een vriend, een  liefhebber van volksmuziek. Hij zegt: “nu  zal ik je eens wat laten horen…!”. Ik  luister, zet mijn uitgestreken gezicht op  en zeg, dat is Corsicaanse polyfonie. Hij  perplex natuurlijk, hoe ik dat kon weten.  Maar intussen was ik al verkocht,  verslingerd aan de Corsicaanse polyfonie.  De eerste cd die ik kocht was Ab Eternu  van A Filetta. Ik moet hier eerlijk  bekennen dat ik toen niet eens wist of Ab  Eternu de naam was van de cd of van de  groep.

Goed, dat was toen. Nu, zoveel jaar en  zo’n veertig cd’s met Corsicaanse muziek  verder blijft voor mij A Filetta in hun  genre het top-ensemble. Het beluisteren  van hun cd’s is genieten. Een concert,  zoals nu in Hasselt, is een ervaring  waarbij ik via mijn oren in mijn hart  wordt geraakt. De lezer begrijpt intussen  dat schrijver dezes niet geheel  onbevooroordeeld is.
Het eerste concert van A Filetta dat ik  bijwoonde, was in 2006 op Corsica, in  Calvi. Het was het Medea-project. Het hele  concert lang op het puntje van mijn stoel,  temidden van aan doodstil publiek. Geen  applaus tussendoor, geconcentreerd  luisteren, maar ook kijken. Wanneer het  applaus losbarst het gevoel dat je  ontwaakt na in een andere wereld te zijn  geweest. Wat dat kijken betreft, is er dan  iets te zien aan zeven zangers die, zoals  nu ook weer in Hasselt, schouder aan  schouder staan opgesteld in een halve  kring, veelal religieus getinte liederen  ten gehore brengen? Het antwoord is:  jawel. Jean-Claude Acquaviva heeft de naam  een bezielende motor en inspirator te  zijn. Hij maakt dat alleen al in zijn  gebarentaal en mimiek voortdurend waar.  Corsicaans gezang heeft een hoog gehalte  aan emotie. Ik hoor weeklagen, jubelen,  huilen. Het is bij Jean-Claude allemaal  aan lichaamshouding, gezichtsuitdrukking,  gebaren van armen, handen en vingers af te  lezen. De groep wordt schijnbaar  moeiteloos meegevoerd, de timing is  perfect.
De signalen worden ook van man tot man  doorgegeven, een arm wordt om de buurman  heengeslagen, het verhoogt het  saamhorigheidsgevoel. Ik stel me voor dat  zaken als tempo, ritme, volume met dit  fysieke contact worden aangegeven. Sluit  ik mijn ogen en concentreer me op de  muziek alleen, dan hoor ik gezang dat  virtuoos te noemen is. Maar ik hoor ook  dat deze virtuositeit, gevormd na  jarenlange ervaring, niet ten koste gaat  van de echte boodschap. Die boodschap is  voor mij niet eens het verhaal, maar het  gevoel dat in deze muzikale verpakking  zit.

Van alle mij bekende Corsicaanse ensembles  is juist A Filetta het meest in staat de  menselijke stem zo te gebruiken, dat  emotie ook daadwerkelijk op het  luisterende publiek over komt. In Hasselt  wordt het hele scala aan hard, zacht, snel  en langzaam uit de kast gehaald.  Afwisseling, ook in de bezetting, zo nu en  dan doen één of meer leden van het  ensemble een stapje terug. Sommige delen  worden zo zacht gezongen dat ik ze slechts  kan beschrijven in termen als ijl en  teder. De tonen worden dan vaak lang  uitgesponnen. Voor mij een kenmerkend A  Filetta-geluid. Het lijkt dan alsof in de  zaal niemand beweegt en elk zijn adem  inhoudt. Er is niets meer, alleen de  muziek en ik.
Ik hoor de solo van Jean-Luc Geronimi.  Zijn stem roept bij mij het beeld op van  de beweeglijke vlucht van een vlinder. Het  is ook een geluid dat ik associeer met  kwetsbaarheid, breekbaarheid. Met het  concert van deze avond ervaar ik opnieuw  hoezeer deze groep een bijna in de  vergetelheid geraakte volkstraditie levend  en interessant weet te houden. En hoe  nieuwe composities en arrangementen geen  afbreuk doen aan deze traditie.

Eh, en ja, nu we toch in België waren, dan  ook maar de volgende avond naar het  concert in Turnhout. Een beetje te veel  van hetzelfde? Nee hoor, twee keer  genieten!

Bent u nog nooit naar een concert van A  Filetta geweest? Weest gewaarschuwd, het  kan verslavend werken!
©Frans  Dingemanse, april 2010 Hasselt

Recensie Sfinksfestival

Wanneer engelen neerdalen.

‘Dit gaat zwaar worden,’ verzucht Jean-Claude Acquaviva als we samen op de circustent aflopen waar hij en de andere zes zangers van A Filetta zullen optreden. Plaats van handeling is het Sfinks-festival nabij Antwerpen en dat is nou niet bepaald de ideale setting voor een muziekvorm die al uit de elfde eeuw dateert: polyfonie. ‘Dit is inderdaad geen kerk,’ grap ik, ‘waar zijn de clowns?’
Jean-Claude is al vanaf vier uur ’s ochtends op en lacht als een boer met kiespijn.

Een uur later. Zo’n duizend toeschouwers bevolken de circustent als de zeven Corsicanen in het zwart gehuld het podium betreden. Bastonen van andere acts en het geroezemoes van festivalgangers vormen een irritant behang. Maar Jean-Claude haalt een stemvork uit een borstzak en slaat het ding tegen zijn jukbeen, waarna zijn gezicht een opmerkelijke metamorfose ondergaat. Is het een grimas van pijn, passie? Reeds zijn de zeven heren met zingen begonnen. Klaaglijk klinkt het, je kunt er Gregoriaanse gezangen in herkennen, maar ook Arabische invloeden. Bovenal is het betoverend mooi. Ik moet iets wegslikken en als ik zo om me heen kijk, geldt dat voor alle toeschouwers.

©SuzanLohez, Sfinksfestival 2008

De bastonen, het geroezemoes, ze zijn er nog steeds, maar gaandeweg het optreden verandert de circustent in een andere dimensie, waar eigen wetten gelden. Het publiek, de zangers zelf, niemand hoort het rumoer op de achtergrond nog. Er zijn slechts de zeven stemmen van A Filetta die de toon aangeven. Tussen de nummers door reageert het publiek met een steeds stormachtiger applaus. Voor me vlijt een man zich op de rug en sluit genietend de ogen. Naast me zie ik tranen over de wangen van een vrouw biggelen. En ik? Mijn mond zakt regelmatig vanzelf open, merk ik en ik heb kippenvel.

Het slotnummer. De zeven stemmen sterven uit tot alleen nog maar een ruis hoorbaar is. Dan weet ik het zeker: er zijn engelen neergedaald op aarde. Dankbaar breekt het publiek de tent af. Even dankbaar nemen Jean-Claude en de zijnen de staande ovatie in ontvangst.

‘En,’ vraag ik na afloop, ‘was het zwaar?’
Jean-Claude grijnst van oor tot oor. ‘In het begin wel,’ geeft hij toe, ‘maar toen gebeurde er iets.’
‘Klopt,’ zeg ik, ‘de hemel ging een beetje open.’
©Ep Meijer 2008