Di Corsica Risposu

À Nicolas Acquaviva, à Nicolas Mancini, ce requiem

O’notte di i mei
Bocca senz’età
hè dunque vera chì l’orma toia
In lu nostru fiatu si stà ?
Oh nacht van mijn dierbaren
Mond zonder leeftijd
Is het dan waar dat je sporen
Te vinden zijn in onze adem?

Wanneer ons gezang de dood beschrijft, wordt dan daarmee niet ook het leven gevierd?
Dat wat niet sterft leeft ook niet(Jankélévitsch)

Di Corsica Riposu, Requiem pour deux regards1 – Di Corsica Riposu (vertaald)
2 – Miserere
3 – Notte Tralinta (vertaald)
4 – Subvenite
5 – Requiem
6 – Kyrie
7 – Dies Irae (vertaald)
8 – Tuba Mirum
9 – Rex Tremendae (vertaald)
10 – Lacrymosa
11 – Figliolu d’ella (vertaald)
12 – A’Mente
13 – M’aviate dettu (vertaald)
14 – Meditate (vertaald)
15 – Domine
16 – Nanzu à Sanctus
17 – Sanctus
18 – Pater Noster
19 – Nanzu à Agnus Dei
20 – Agnus Dei
21 – Altrunimu (vertaald)
22 – Lux Eterna
23 – Libera me
24 – Da cirone (vertaald)
25 – In Paradisum


1 Di Corsica Risposu

Una leva tira avanti è un’antra li s’affacca
E’ a terra, ella, hè rimanenza sempre.
Si pesa u sole, si ciotta u sole
E’ i so suspiri sò i ribombi senza più fine
Di tanti giri è rigiri di soiu.
Move u ventu à miziornu, trinca u ventu ad’ ambarscia
Eppò volta è torna à piglià e so vie prime.
I fiumi tutti si lampanu in mare
E’ u mare ùn hè rughjulu,
E’ i fiumi sempre battenu a so trifuna.
Di u più anticu si ne scordanu l’omi
E’ ciò chì accadarà ùn lasciarà vistiche
E’ viaghjanu tercane e nebbie à e nebbie intricciate.
Ma dolce hè a luce è dolce hè assai à l’ochji di fidighjà lu sole.
S’ellu invechja cent’anni un omu
Ch’ellu si ne rallegri di tamanta vita
Ma ch’ellu ùn si smintechi di i ghjorni tenebrosi à vene
Chì tuttu ciò chì vinarà ùn sarà cà nebbie annose
A’ nebbie nove ingarmigliate.

Texte : tiré de L’ecclésiaste

1 Di Corsica Risposu

Een generatie gaat heen, een ander staat op
En de aarde zelf is blijft steeds bestaan.
De zon komt op, de zon gaat onder
En zijn verzuchtingen zijn de eindeloze weergalm
Van zijn ontelbare omwentelingen.
De wind steekt op in het zuiden, de wind draait naar het noorden
Keert dan om en gaat verder als voorheen.
Alle rivieren monden uit in zee
En de zee raakt niet vol,
En immer vervolgen de rivieren hun weg.
De mensen vergeten de tijden van weleer
En dat wat komt zal geen sporen nalaten
Mist verweven met mist blijft meester.
Maar het licht is zacht en aangenaam aan de ogen is het, de zon te zien.
Als een mens honderd jaar wordt
Moet hij zich verheugen over zo’n lang leven
Maar hij mag de donkere dagen die nog wachten niet vergeten
Want al wat nog komen gaat is mist
Vermengd met nog meer mist.

Tekst ontleend aan het boek Prediker

3 Notte Tralinta

A notte tralinta cerca a so strada
Framezu à e mio rime in forse
Ma dunde la manu corse
ùn sò cà ferite di stillarie incerte.

Da chì pattu sò natu è vò
A’ timone estrosu
E’cecu à a funa ?
Vai, veni
Veni, vai
Fideghja lu sole
Abbada a luna
Forse ti diciaranu chì
Di notte à celente
Ti n’hà da mancà una

Ore attuscate
Da ciochi silenzii
Corbi licenzii
Quand’è vo vi n’andate
Un acellu si stà
Chjuchjulendu in u mio core
A sà ch’ellu deve more
Centu volte hè mortu digià

Hè andatu u tempu à impachjà si in i libbri
E’di noi hè firmatu ciò chi un erede pensa
Un andatu, un’erta
Una fiarata intensa
E’nant’à l’allusingà
Una nivaghja, immensa.

E sette sò à sunà
E’s’arremba lu ghjornu
A’e quatrere, lose
D’un vechju aspittà
Quindi si scrive una vita
Si sarà tortu un pinsà ?
Dumane sarà torna
Dumane fù digià

3 Volmaakte nacht

De nacht, volmaakt, zoekt zijn weg
Door mijn twijfelende verzen
Maar waar de hand langsgleed
Vindt men slechts de wonden van onzekere sterrenhemels

Uit welk verbond kom ik voort, ga ik
Voort, mijn roer wispelturig
Mijn leidraad blind?
Ga, kom
Kom, ga
Kijk naar de zon
Bezie de maan
Wellicht vertellen ze je
Dat één nacht in de open lucht
Je ooit zal ontbreken

Uren, vergiftigd
Door dronken stiltes
Raven van afscheid
Wanneer jullie heengaan
Blijft een vogel
Zingen in mijn hart
Hij weet dat hij moet sterven
Honderd maal reeds is hij gestorven

De tijd heeft zich genesteld in boeken
En van ons rest slechts wat een nabestaande denkt
Een weg, een rots
Een steekvlam
En over de begoocheling
Een sneeuwbui, immens

Weldra is het zeven uur
En de dag leunt zwaar
Op hoekstenen van huizen, lofzangen
Van een langdurig wachten
Hier wordt een leven geschreven
Een gedachte verwrongen?
Morgen is er weer een dag
Morgen is al voorbij

7 Dies Irae

Dies Irae, dies illa
Solvet saeclum in favilla
Teste David cum Sibylla.

Quantus tremor est futurus,
Quando judex est venturus,
Cuncta stricte discussurus !

7 Dag der toorn

De dag der toorn, op die dag
zal de wereld tot as vergaan
zo getuigen David en de Sibylle.

Welk een angst zal er zijn
wanneer de rechter zal komen
om alles streng te oordelen!

9 Rex Tremendae

Rex tremendae majestatis
Qui salvandos salvas gratis,
Salva me, fons pietatis.

Recordare, Jesu pie,
Quod sum causa tuae viae,
Ne me perdas illa die.

9 Rex Tremendae

Koning van geduchte majesteit
Die om niet redt wie gered moet worden
Red ook mij, bron van liefde

Gedenk, lieve Jezus,
Dat ik de reden van Uw komst ben
Laat mij die dag niet verloren gaan

11 Figliolu d’ella

Figliolu d’ella sì figliolu di meiu
Stampu di diccia
Ch’o infattai vindimiendu
L’oriente infucialatu
O tempu beatu !

Figliolu d’ella sì figliolu di meiu
In le bracce d’ogni vuciata
In l’ochji d’ogni aspittera
O tempu di macera !

Figliolu d’ella sì figliolu di meiu
Ragiu tepidognu inciartatu
Da u mo pettu in anda
Frà l’arrivinte di u sole
O tempu di fole !

Figliolu d’ella sì figliolu di meiu
Quandu sgrumbulata si l’ora mene
Da mette in bruma i sonnii ch’omu impitrava
O tempu chì scava !

Figliolu d’ella sì figliolu di meiu
Quand’ellu scaglia Marzu
In boccamanzuli d’erbavinca
O tempu chì trinca !

11 Zoon van haar

Als kind van haar ben je een kind van mij
Merkteken van geluk
dat ik vond
Bij het oogsten diep in het oosten
O gezegende tijd

Als kind van haar ben je een kind van mij
In de armen van iedere kreet
In de ogen van ieder verwachten
O tijd van tranen

Als kind van haar ben je een kind van mij
Lauwwarme straal, gevonden
Onder het komen en gaan van de zon
O tijd van de sprookjes

Als kind van haar ben je een kind van mij
Zodra de tijd is verkruimeld slaat ze toe
Om ook de dromen te verpulveren die de mens
in steen heeft vastgelegd
O tijd die de aarde opent

Als kind van haar ben je een kind van mij
Als maart zich verliest
In de gapende mond van de maagdenpalm
O tijd die afdwaalt

13 M’aviate dettu

M’aviate dettu
Chì e vintere vanu à more
In bocca à Diu
M’aviate dettu ch’in ogni addiu
Si pienghje ma si spere

M’aviate dettu
Ùn hè di nimu lu pane
Hè divizia a terra
M’aviate dettu chì ogni guerra
ùn cunnosce lindumane

M’aviate dettu
U tempu n’ùn manca
Quandi a vita và
M’aviate dettu ch’ùn ci hè cantà
Chì dica a to voce stanca

M’aviate dettu
Ma pè chì pace fù
E’ pè chì furtuna ?
M’aviate dettu, andata a luna
À luce sì tù !

13 Jullie vertelden me

Jullie vertelden me
Dat de wind heengaat om te sterven
In de mond van God
Jullie vertelden me dat bij elk afscheid
Wordt gehuild, maar ook gehoopt

Jullie vertelden me
Dat het brood niemand toebehoord
Dat de aarde overvloed is
Jullie vertelden me dat iedere oorlog
Geen toekomst kent

Jullie vertelden me
Dat de tijd niet ontbreekt
In een goedlopend leven
Jullie vertelden me dat geen gezang
Verraadt hoe moe je stem is

Jullie vertelden me
Maar omwille van welke vrede
Omwille van welk geluk?
Jullie vertelden me: als de maan is verdwenen
Ben jij het licht!

14 Meditate

Voi che vivete sicuri
Nelle vostre tiepide case,
Voi che trovate tornando a sera
Il cibo caldo e visi amici :
Considerate se questo è un uomo
Che lavora nel fango
Che non conosce pace
Che lotta per mezzo pane
Che muore per un sí o per un no.
Considerate se questa è una donna,
Senza capelli e senza nome
Senza piú forza di ricordare
Vuoti gli occhi e freddo il grembo
Come una rana d’inverno.

Meditate che questo è stato :
Vi comando queste parole.
Scolpitele nel vostro cuore
Stando in casa andando per via,
Coricandovi alzandovi ;
Ripetetele ai vostri figli.

O vi si sfaccia la casa,
La malattia vi impedisca,
I vostri nati torcano il viso da voi.

14 Overdenk

Jullie die leven in geborgenheid
In de warmte van je huizen
Jullie die ’s avonds bij het thuiskomen
Warm eten vinden, en vriendelijke gezichten:
Overweeg of dit een mens is
Die zich afbeult in de modder
Die geen vrede kent
Die strijdt voor een snee brood
Die sterft om een ja of een nee
Overweeg of dit een vrouw is,
Zonder haar en zonder naam
Zonder nog de kracht om te herinneren
Leeg haar ogen, kil haar schoot
Als een kikker in de winter

Blijf overdenken dat dit heeft bestaan:
Ik draag jullie deze woorden op
beitel ze in jullie hart
als je thuis bent, als je op weg bent
bij het slapen gaan en bij het opstaan;
geef ze door aan je kinderen

Moge anders je huis uiteenvallen
Een ziekte je het leven zuur maken
Je kinderen hun gezicht van je afwenden.

21 Altrunimu

T’anu cercu le mio lune
In e pende di a notte
Ma ùn anu inciartatu
Cà ghjarghje di sonnii infantimati.
Altrunimu !

Spatanscia u sole appossu à u ghjornu reiu
Mentr’elli vanu i nucenti annant’à e so strade di ritornu prive.
Di u nulla,  sò i guerrieri di u sempre
Colti nant’à l’esistenze sfiatate.
Vita di battaglie
è battaglie di vita !

Mi rode l’esiste
E’vita mi tesse
Ci hè u fussi statu è l’esse
E’luce à mai viste
L’anima mi cotre
Sbarsatu u pientu
O s’o Fussi neve, s’o fussi ventu
E’ombra chì n’ùn s’imbotre.

O notte di i mei
Bocca senz’età
Hè dunque vera chì l’orma toia
In lu nostru fiatu si stà

Mi si paria di cunnosce l’ore di l’ora
Ma s’hè arrivigliatu lu tempu
A’ e muraglie guarce d’un tempiu chì more
E’ sarza à mè
corciu lampu, tintu core !

Eternità paziente chi vindemii
L’omi assuliati è briachi di
Sonnii culor’di tempu
Ascolta :
Fà ti parolla incristata si
Trà u spietatu è noi,
Sullati incarugniti si
In l’aspittà troppu

21 Niemand anders

Mijn manen zochten je
Tussen de hangende takken van de nacht
Maar ze vonden slechts
Het gevallen puin van wilde dromen.
Niemand anders!

De zon ademt zwaar, leunend op de schuldige dag
Terwijl de onschuldigen hun weg vervolgen,
terugkeren kan niet.
Van het niets, zijn zij de strijders van altijd
Betrapt op het ademloos bestaan.
Bestaan van strijd En strijd om het bestaan!

Het bestaan vreet aan mij
En weeft mijn leven
Dat wat had kunnen zijn en wat is
En nooit vertoonde lichten
Mijn geest verkilt
Als mijn tranen zijn geplengd
Och was ik toch sneeuw, of wind
En geen schaduw van schaduw.

Oh nacht van mijn dierbaren
Mond zonder leeftijd
Is het dan waar dat je sporen
Te vinden zijn in onze adem

Ik meende de tijden van de tijd te kennen
Maar de tijd is verschrompeld
Tot de vervallen muren van een stervende tempel
En heelt me
Arme bliksem, zielig hart

Geduldige eeuwigheid, jij die komt oogsten
Mensen, zonovergoten en dronken van
Dromen met de kleur van de tijd
Luister:
Word het naakte woord
Tussen het onverbiddelijke en ons,
Soldaten, laf geworden
Door het te lange wachten

24 Da cirone

Annuchjatu,
L’esiste hè sponda avvilinata
In cima à u paradisu
Di qualchì pinsà utule.
O s’entre per amore
O si stà fora, pè forza.
Intantu,
Da cirone
In perpetuu,
Ci si cunsuma omu.

24 Als een grote kaars

Vervloekt
Is het bestaan, gifgrond
Op de toppen van het paradijs
Van wat nuttige gedachten.
Of je gaat binnen uit liefde
Of je blijft buiten, noodgedwongen.
Ondertussen,
Onophoudelijk,
Brandt de mens op
Als een grote kaars.