Una tarra ci hè

Una tarra ci hè1- E’puru simu qui (vertaald)
tekst :Jean-Claude Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

2- Una tarra ci hè (vertaald)
tekst :Jean-Claude Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

3- A Paghjella di L’Impiccati (vertaald)
tekst : Ghjuvan-Teramu Rocchi muziek : Jean-Claude Acquaviva

4- Trè (vertaald)
tekst :Jean-Claude Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

5- Malanni (vertaald)
tekst : Ghjacumu Fusina-muziek : Jean-Claude Acquaviva

6- Sò l’omu (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

7- Fiure (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

8- A Muntagnera (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva di l’Acquale muziek : Jean-Claude Acquaviva
Dit lied zou simpelweg over de “transhumance* ” of de zomer kunnen gaan maar deze termen schieten te kort om in “engere zin” een juist besef van het gebeuren te geven.
De terugkeer naar het gebergte betekent voor de geitenhoeder “u capraghju” bij ons ook de terugkeer naar zijn plaats van herkomst, waar zijn familie en vrienden hem, de dierbare die al die lange wintermaanden  ver van hen heeft  doorgebracht, verwachten.

Maar hetzelfde kan gezegd worden over de laagvlakte omdat sinds onheuglijke tijden zijn voorouders, net als hij, een groot deel van hun leven hebben doorgebracht aan zee, wanneer het besneeuwde gebergte verboden terrein was voor het vee. Onze op herders gebaseerde beschaving heeft zich ontwikkeld en is vergroeid met de lijn zee-bergen, maar men verwijst graag naar die laatste, die lange tijd een laatste toevluchtsoord zijn geweest voor ons volk.

Met de komst van het moderne leven is de verbondenheid met onze aarde afgenomen, de laatste “capraghji” van de “Muntagnera” maken het ouderen mogelijk om terug te denken en anderen, jongeren, om hun oorsprong weer te vinden.

* transhumance is de bovenbeschreven, jaarlijks terugkerende reis van bergen naar laagvlakte en weer terug.

9- A’l’acula di Cintu (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

10- U lamentu di Maria (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

11- Da grande (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva
De kindertijd is bijna altijd een  kruispunt van dromen, van hooggespannen  verwachtingen, van koortsachtige  toekomstdromen. Deze tekst met bucolische  accenten vertelt over wat een kind wil  worden: de denkbeeldige bouwer van een  leven wat nog moet aanbreken en waarin de  natuur, haar mysteries, haar machtige  harmonieën een wereld van geluk en vrede  weven. Dronkenschap van een kindergeest  die, door over een stralende toekomst te  dromen, zich kroont tot koning van een  sprookjesrijk.

12- L’ombra murtulaghju (vertaald)
tekst : Marcellu Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva

13- Eo sai (vertaald)
tekst : Jean-Claude Acquaviva muziek : Jean-Claude Acquaviva


1 E’puru simu qui

Timpeste d’Oriente
È straziata ghjente
È puru simu qui …

Genuvesi i cummerci
È mattane di tempi guerci
È puru simu qui

Crucetta assuffugata
È brama crucifissata
È puru simu qui …

Francisata feroce
È populi senza voce
È puru simu qui …

Quatordeci ùn li dicia
Tant’anni di caristia
È puru simu qui …

Partanze è spalluzere
È sole ch’ùn dà più spere
È puru simu qui …

Cità di u San Rimore
Ruchjate senza pastore
È puru simu qui …

A’ e lenze di l’abbandonu
A machja chere perdonu
E’ puru simu qui !

1 En toch zijn we hier

Stormen uit het oosten
en afgebeulde mensen
en toch zijn we hier…

De koehandel van Genua
de gekte van halfblinde tijden
en toch zijn we hier…

De opstand van Crucetta de kop ingedrukt
het verlangen aan het kruis genageld
en toch zijn we hier…

een wrede franse onderdrukking
volkeren zonder stem
en toch zijn we hier…

1914 zou ze niet bekennen
zoveel jaren van ontbering
en toch zijn we hier…

vertrek en ballingschap
een zon die geen hoop meer schenkt
en toch zijn we hier…

steden gewijd aan de Heilige Herrie
kuddes zonder herder
en toch zijn we hier…

aan de verlaten landerijen
vraagt het maquis vergiffenis
en toch zijn we hier!

2 Una tarra ci hè

Una tarra ci hè per voi
Di lacrime d’invernu
D’ore chì vanu in darnu
E’ di luce chì piglia fine
Toccu Sittembre, dolce cunfine.

Una tarra ci hè per voi
Di sarre impaurite
Di caghji annant’à e dite
Omi in tana è frastoni
Quandu s’incroscanu i toni.

Una tarra ci hè per voi
Fragata da l’arsure
Brusgiate da e cutrure
Spusalizia d’Eternu
Trà notte è fede, è infernu.

Una tarra ci hè per voi
Di mare, monde è disertu
Di sfide è danni à ch’ùn hà apertu
E calle di l’amicizia
Una tarra ci hè … Divizia !

2 Er is een aarde

Er is en aarde voor jullie
van wintertranen
van uren die vergeefs voorbijgaan
van licht dat een einde neemt
als september begint, zoete grens

Er is een aarde voor jullie
van angstige bergketens
van gebarsten eelt op de vingers
Mensen schuilend in holen en kabaal
als de woede van de donder losbarst

Er is een aarde voor jullie
door de bijtende hitte verteerd
door brandende vorst geschroeid
Huwelijk van de Eeuwigheid
Tussen nacht en geloof, en de hel.

Er is een aarde voor jullie
van zee, invasies* en woestijn
van wantrouwen en schade voor degene
die niet heeft opengezet
de sluizen van de vriendschap
Er is een aarde… van Overvloed

3 A Paghjella di L’Impiccati

Sè vo ghjunghjite in Niolu
Ci viderete un cunventu
Di u tempu u tagliolu
Ùn ci n’hà sguassatu pientu
Eranu una sessantina
Chjosi in pettu à u spaventu

Dopu stati straziati
Da i boia o chì macellu
Parechji funu impiccati
Ci n’era unu zitellu
L’anu tuttu sfracillatu
E’di rota è di cultellu

Oghje chì hè oghje in Corsica
Fateci casu una cria
Si pate sempre l’angoscia
Intesu dì Marcu Maria
Era quessu lu so nome
Mancu quindeci anni avia.

3 Paghjella der gehangenen

Als je in de Niolu komt
Zul je daar een klooster zien
De tand des tijds
Heeft daar het geweeklaag niet uitgewist
Ze waren met een man of zestig
Opgesloten te midden van doodsangst

Nadat ze waren gemarteld
Door beulen, ach wat een bloedbad
Werd een aantal opgehangen
Onder hen was een knaap
Ze hebben hem geheel verminkt
Zowel op het rad als met het mes

Zelfs vandaag de dag in Corscia
let er maar eens een beetje op:
is nog steeds is de beklemming te voelen
als men hoort zeggen “Marcu Maria”
Dat was zijn naam
Hij was nog niet eens vijftien jaar.

4 Trè

Da ghjorni in quà piuvia annant’à i chjassi
E si sintianu i so passi
Accarizzà e tarre croscie

Ripigliu :
Ad’ arricoglie u suspiru
Sò ghjuntij, eranu trè :
Un frate vechju un’ ombra è un rè

L’anu visti i paisani francà i ghjargali è e mure
A l’albighjà, à l’ore mature
A’ Salmi scuri mutulati

Ripigliu :
Ad’ arricoglie u suspiru
Sò ghjuntij, eranu trè :
Un frate vechju un’ ombra è un rè

E bande di cignali abbadavanu arrese
U rispiru di quelle stese
Persu ind’è e valle piatte

Ripigliu :
Ad’ arricoglie u suspiru
Sò ghjuntij, eranu trè :
Un frate vechju un’ ombra è un rè

Daret’à a vulelle chjose, tanti panni sò à asciuvà
Qual’hè chì i pigliarà
Fintantu ch’elli ùn sò passati

Ripigliu :
Ad’ arricoglie u suspiru
Sò ghjuntij, eranu trè :
Un frate vechju un’ ombra è un rè

4 Drie

Al dagen regende het boven de straatjes
en kon je hun voetstappen horen
die de natte aarde liefkoosden

refrein:
Om een zucht bijeen te rapen
zijn ze gekomen, het waren er drie:
een oude frater, een schaduw en een koning

De dorpelingen hebben ze beekjes en muren zien overgaan
bij het aanbreken van de dag, bij het vallen van de avond,
terwijl ze duistere verwrongen psalmen zongen

refrein:
Om een zucht bijeen te rapen
zijn ze gekomen, het waren er drie:
een oude frater, een schaduw en een koning

Uitgeput bewaakten groepen everzijnen
de ademhaling van die uitgestrektheid
die verdwaald was in de vlakke valleien

refrein:
Om een zucht bijeen te rapen
zijn ze gekomen, het waren er drie:
een oude frater, een schaduw en een koning

Achter gesloten luiken hangen zoveel kleren te drogen
Wie zal ze komen binnenhalen
voordat zíj zijn langsgekomen?

refrein:
Om een zucht bijeen te rapen
zijn ze gekomen, het waren er drie:
een oude frater, een schaduw en een koning

5 Malanni

Disuccupatu sò pè la campagna
E mi ne vo pè i so chjassi, solu
Fighjendune issi lochi di cuccagna
E aspettendu a notte in paisolu

Ripigliu :
I mio pinseri sò à l’amarezza
A l’avvacinu à la malincunia
E mi stantu à cunservà la saviezza
Chì più d’una volta si n’anderia

Disuccupatu sò pè la citane
E mi ne vo pè i carrughji, solu
Fighjendu e vitrine à robe vane
E aspettendu di l’ore lu scolu

Ripigliu

Disuccupatu sò pè a stagione
E mi ne vo da casa solu, solu
Or chì vulite ch’aghja una passione
Da turnami un antru omu à piglia volu ?

Ripigliu

Disuccupatu so ma chì vulite ?
Travaglierebbe anch’eiu s’io pudia
A mè ùn mi circate tante lite
Ch’ùn m’arricordu più di cio ch’è  l’alegria.

5 Kwade tijden

Werkloos ben ik op het land
en ik zwerf over de wegen, alleen
kijkend naar al die plekken van overvloed
en wachtend op de nacht in het dorp

Refrein:
Mijn gedachten zijn bij de bitterheid
bij de ledigheid, bij de zwaarmoedigheid
en ik doe moeite om mijn verstand niet te  verliezen
wat heel wat keren zomaar zoek zou kunnen  raken

Werkloos ben ik in de stad
en ik dwaal door de stegen, alleen
kijkend naar etalages vol nutteloze zaken
en wachtend op het verglijden van de uren

Refrein

Werkloos ben ik door het seizoen
en ik ga maar naar huis, alleen
Of willen jullie soms dat ik ineens als  bezeten
een ander mens wil worden om weer op gang  te komen?

Refrein

Werkloos ben ik, maar wat willen jullie dán?
Ik zou óók werken als ik kon
Zoek toch niet steeds ruzie met me
ik kan me niet eens meer herinneren wat  vrolijkheid is

6 So l’omu

Sò l’omu
Quellu di i ghjorni senza ragioni
Di e notte senza lucenda
Di a calmana tremenda
È di u fretu senza fuconi
S’ò l’omu
Invichjatu in un cantu
Di tè innamuratu forse
Chì faci lu mio percorsu
Veculu è Campusantu
Sò l’omu
Fruttu di un paese
D’una radica nudosa
E’ a mio stella hè ascosa
Sott’à lu to vilese
Sò l’omu
D’una storia mai scritta
D’un oceanu verde
Di ciò chì più n’ùn si perde
D’una brama ch’ùn s’azzitta

6 Ik ben de man

Ik ben de man
die van de dagen zonder zin
van de nachten zonder licht
van de gruwelijke hitte
en van de kou zonder haardvuur
ik ben de man
verouderd in een hoekje
verliefd op jou wellicht
die deze weg met mij gaat
wieg en kerkhof
ik ben de man
vrucht van een land
met een knoestige wortel
en mijn ster is verborgen
onder jouw sluier
ik ben de man
van een nooit geschreven historie
van een groene oceaan
van dat wat nooit meer verloren gaat
van een onstilbaar verlangen

7 Fiure

Un vascellu tontu
E’ un marosulu mossu
Cum’è tela slibrata
À un sguardu chì conta
U stampu di una smossa,

Ed eiu à mezu à quessi
Urfagnu di memoria
Calpighjatu in l’andà
Di li ghjorni prumessi
Mare di l’anticoriu,

Un cunvugliu umanu
Persu in lu so rambusciu
Mez’à e cose finite
Mez’à e bughje vite
Passu di ultimu usciu,

E’ u tempu s’hè ammansatu
Adossu à i mio passi
Cum’è a neve in foce
Quandu mancu una voce
Più n’ùn vole sgabbiassi,

Un vascellu tontu
Marosulu di miseria
Imagina di un’alba
Mentre a mio carne calda
N’ùn ghjetta chè materia.

7 Beelden

Een scheepje op drift
en een roerige golf
als een zeil, ontplooid
Met een blik die spreekt
van het stempel van oproer,

En ik daar midden tussenin
met verweesd geheugen
vertrapt in de loop
van de beloofde dagen,
zee van misselijkheid,

een stoet van mensen
verdwaald in slechte spijsvertering
temidden van gedane zaken
temidden van duistere levens
de stap over die laatste drempel,

en de tijd heeft zich opgestapeld
in het spoor van mijn voetstappen
zoals de sneeuw op de toppen
wanneer zelfs niet één stem
zich meer uit zijn kooi wil bevrijden,

een scheepje op drift
een golf van ellende
het beeld van een morgenstond
terwijl mijn warme vlees
slechts stof uitwerpt.

8 A Muntagnera

Ch’ellu si n’hè scorsu maghju
sarà più d’una simana :
approntati, o capraghju !
a’lascià piaghja è calmana
ch’ai da fà l’altu viaghju
dopu ghjuntu in Barghjana.

Avvedeci, o Falasorma !
Cù i parenti è l’amichi
Sempre liati à Niolu
per e gioie è i castichi
da Montestremu à u mare
avemu listessi antichi.

Sbucarrè in Caprunale
Guardendu da altu à bassu
supranendune à O’mita
è a funtana di u Tassu
basgiati a croce nova
chì a vechja ùn s’hè più trova.

Eccu a Mirindatoghja,
ti riposa di a cullata
ma fà casu à a capra
ch’ella ùn si sia sbandata
se tù voli esse in Puscaghja
tranquillu pè a nuttata.

Dumane, à tempu ghjornu,
(a cunosci quessa, a scola)
crisciaranu e fatiche
nanzu d’esse in Bagnarola.
Di scopre a valle di Tuda
tutt’ogn’unu si cunsola.

Dopu so i radi à Noce ;
bassighjendu à e Pratelle
t’avviarè più sicuru
verdi l’acqua di e Castelle
nanzu d’esse à u Muricciolu
sarà croscia a to pelle.

Eccuti nu a Spilonca.
Custi a banda si punta
indu a mandria è aspetta
chì hà bisognu d’esse munta.
A datti un colpu di manu
a to ghjente sarà ghjunta.

U terzu ghjornu à la mane
ti n’andarè vulinteri
in Sesta o Petra Pinzuta
Biccarellu o à Tileri ;
più che mai ghjunghjaranu
à l’abbordu i frusteri.

Avà chì ai righjuntu
di l’istate u rughjone
di tantu in tantu in paese
affacati à l’occasione
poi ùn mancà a to festa
a mane di Sant’Antone.

8 Terugkeer naar de bergen *meer informatie

Sinds eind mei
zal er al meer dan een week verstreken zijn
maak je klaar, o geitenhoeder,
om vlakte en hitte achter je te laten
want je moet de hoge reis gaan maken
nadat je bent aangekomen in Bardiana

Tot ziens, o Falasorma!
met familie en vrienden
altijd verbonden met de Niolu
door vreugde en lijden
van Monte Estremo tot aan de zee
hebben we dezelfde voorouders

Je zult uitkomen bij Caprunale
en van boven naar beneden kijken
en bovenlangs Ometa
en de bron van de Tassu gaan
Kus het nieuwe kruis
want het oude werd nooit teruggevonden.

Kijk, daar is de Mirindatoghja,
en je rust uit van de reis omhoog
maar let goed op dat geitje
dat het niet afdwaalt van de kudde
als je aan wilt komen in Puscaghja
op je gemak, voor de nacht.

Morgen, in de loop van de dag,
(deze ken je, van school)
zullen je vermoeienissen toenemen
voordat je in Bagnarola bent.
Maar door het uitzicht op de valei van Tuda
wordt iedereen weer getroost.

Daarna komen de stroompjes van de Noce
die omlaagstromen naar de Pratelle,
en met vastere tred zul je voortgaan
naar het water van de Castelle
en vóór je aankomt bij de Muricciulu
zul je nat tot op je huid zijn.

En kijk, daar heb je de Spelonca
daar gaat de kudde
de schaapskooi in en wacht
omdat er nodig gemolken moet worden.
Om je een handje te helpen
zullen de jouwen al zijn gearriveerd.

De derde dag bij het ochtendgloren
zul je met plezier op pad gaan
naar Sestu of naar Petra Pinzuta,
naar Biccarellu of de Tileri;
en meer dan ooit zullen nu komen
aan je zij de vreemdelingen.

En nu je weer teruggekomen bent
in het gebied van de zomer
kom van tijd tot tijd in het dorp
bij gelegenheid je gezicht laten zien
en ook mag je jouw feest niet missen
op de ochtend van Sint Antonius.

9 A’l’acula di Cintu
U Cintu hè lu to core

è ne conti e so strade
sò petre accumpulate
poste pè ch’omu capisca
quant’elle sò belle l’ore.Niolu hè la to mente
fiurita à paisoli
quanti vechji si sò soli
à l’entre di a so notte
ma, tù ci sì cù la to ghjente.U tempu s’hè firmatu
in e sepe à rifiatassi
e so corie, è so’ bassi
à infierì li to detti
d’omu acula beatu.

Vidarei u nostru ghjornu
ùn po’ esse cio’ ch’omu crede
una casa senza fede
turneranu e friture
e sarà caldu ogni fornu.

A’ quelli chì’ una sera
indè tè fecenu cena
li ai datu una penna
pè ammintà la to storia
l’amore d’issa terra.

9 Voor de adelaar van Cintu
De Cintu is jouw hart

en je vertelt over zijn wegen
bestaand uit bijeengelegde stenen
neergelegd opdat de mens kan begrijpen
hoe mooi de tijd wel niet is.Niolu is je geest
die in bloei staat, met dorpjes
hoeveel ouderen blijven niet alleen
wanneer hun nacht valt
maar jij, jij bent daar, bij je mensenDe tijd is stil blijven staan
in de hagen om op adem te komen
zijn bremstruiken, zijn jeneverbesbomen
versterken je woorden
van gezegende adelaarsmens

Je zult ooit zien dat onze dag
niet kan zijn zoals men gelooft
een huis zonder vertrouwen
De koude tijden zullen wederkeren
en iedere kachel zal gloeien

Aan degenen die op een avond
met jou aan de eettafel zaten
heb je een pennenveer gegeven
om jouw geschiedenis mee te schrijven
de liefde voor deze aarde

10 U lamentu di Maria

O sianu li me ochji a manu di Diu maiò
vinuta à a fronte toia da ambata di vita.
Lu me dilettu dolce, la me carne ferita
sia di ricordu sempre – u locu induve mi stò,
dund’hè corsu u to sangue in la sera tradita
a pede di a tò croce l’umanità in crucco.

Lu tò arsente sguardu chì di u sole fù branu
eiu l’aspittaraghju per u sò vultà gluriosu
incù ‘ssu passu lebbiu issu visu mai rosu
aspittaraghju à tè – lu tò dettu tercanu
suldatu di l’alte paci, figliolu cimintosu
l’anghjuli appressu à tè in longu stolu vanu.

Cusi negri i niuli cullandi à l’Oriente,
e scuru u punente chì impanna stu mondu
ne si nanta à una croce è tuttu ti stà di tondu
più n’un hè lu tò sguardu – bramosu è spampillente
in la sò strana mossa leva una baraonda
mentre stai cusì chetu vincitore dulente.

Cume u celu s’hè greve è cume a notte hè fosca
mantu negru chì balla ind’è l’anima meia
ti guardu caru Ghjesù è a to sorte attosca
tutta l’aria chì ingira – issa vechja terra ebreia
è si ne và luntanu à chjamà in a tò bocca
chì hè ventu d’amore in la tenebra reia.
Di sopra à a tò fronte corsa hè una culomba
è una nebbia grisgia calata hè addossu à mè.

T’hà fattu lu Rumanu di sta croce una tomba,
tù chì lampavi in terra u pesu di l’ohimè
di a tò carne viva ùn ferma più che ombra
una cota chì lagna – cerca sempre u perchè.
O caru lu me figliolu, Diu di pelle umana
omu chì si ne more in l’attese cuncolte
vinutu à sole altu per riscattà a notte
più n’ùn batte stu core di cotru hè la to manu
un pocu di u tò sangue nantu un farru rumanu
hè diggià una fiumara – chì trabocca a morte.

Oramai mi ramentu sta notte di Betleemme
mi ramentu u tò visu a tò parolla nesca
le stantare di toiu chì funu tante gemme
poi ste tenebre oghje in fronte à Gerusalemme
o tù chì sarè dumane quell’acqua chì rinfresca
un core in lu nivone – chì brusgia quant’e l’esca.

10 Klaagzang van Maria

Ach, waren toch mijn ogen de hand van de grote God,
die als een briesje van leven je voorhoofd heeft gestreeld.
Mijn zoete beminde, mijn verwonde vlees,
dat men zich altijd herinnert de plaats waar ik sta,
van waar je bloed is gestroomd op de avond van het verraad
aan de voet van je kruis is de mensheid in rouw.

Je vurige blik die een straal van de zon was
ik zal er op wachten tot zijn glorieuze terugkeer
met deze lichte tred, dit nooit aangetaste gezicht
zal ik wachten op jou – je heldhaftige uitspraken,
strijder voor de hoogste vrede, heldhaftige zoon
de engelen komen je in een lange stoet tegemoet.

Wat zijn de wolken zwart, ginds in het Oosten
en duister is het westen wat de wereld bekleed
Jij hangt aan het kruis en iedereen staat om je heen
verdwenen is je blik, zo vol van verlangen en stralend
vanuit die vreemde menigte stijgt een gemompel op
terwijl jij zo stil blijft, lijdende overwinnaar

Hoe zwaar hangt de hemel en wat is de nacht mistig
een duister verdriet danst  rond in mijn geest
Ik kijk naar jou, lieve Jezus en jouw lot vergiftigt
heel de ronddraaiende lucht, deze oude Joodse aarde
en gaat ver weg om te roepen met jouw mond
de wind van de liefde in het rijk van de schimmen.
Boven je hoofd is een duif langsgekomen
en over mij is een grauwe nevel gedaald.

De Romein heeft je dit kruis tot een graf gemaakt
jij die het gewicht van de jammerklacht ter aarde wierp
van je levende lichaam rest niet meer dan schaduw
een steen die klaagt – zoek altijd het waarom.
Och mijn lieve zoon, God van vlees en bloed
mens die sterft terwijl de menigte wacht
gekomen met een stralende zon om de nacht te verdrijven
Dit hart klopt niet meer, die hand is van ijs,
een beetje van je bloed aan een romeins zwaard
is al een woeste stroom –die uitmondt in de dood

Voortaan denk ik terug aan die nacht van Bethlehem
denk ik terug aan je gezicht, aan je unieke woorden
je inspanningen die even zoveel edelstenen waren
en ook deze duisternis vandaag tegenover Jeruzalem
jij, die morgen dat water zult zijn dat verfrissing schenkt
aan een hart in een sneeuwjacht– die brandt als een fakkel.

11 Da grande

Sappia oghje quale sò
E’ciò`ch’o saraghju grande
Saraghju cum’è babbò
Rè di le muntagne bianche.

Un campagnolu curtese
Cu la mio mamma Natura
Un pasturellu di paese
Passi d’elpa è di pianura.

Vogliu avè mille animali
Pecure, capre è vaccine
Senza calle nè stazzali
Senza rete nè cunfine.

Solu avè un barracone
Grande guasi cum’è un mondu
Pè nasconde à la stagione
E mio bestie tutte in tondu.

Cum’è amiche, altagne è volpe
Cum’è manghjà, frutta è acqua
Cum’è tettu, stelle è sole
Chi in l’erba l’aria si stracqua.

E’ dinù per l’istatina
Fammi tante mirendelle
Pè le valle è le culline
Cù millaie di zitelli.

E’ po l’ai ben’ capita
Chi vinarai incu mè
E’inseme in la vita
Ne seremu regina è rè.

11 Als ik groot ben

Vandaag moet je weten wie ik ben
en wat ik wil worden als ik groot ben
Ik wil worden zoals opa
Koning van de witte bergen

Een landsman die hoffelijk omgaat
Met mijn Moeder Natuur
Als een herdertje uit het dorp
mag ik gaan van de bergen naar de vlakte

Ik wil wel duizend dieren hebben
schapen, geiten en koeien
zonder kooien of stallen
zonder hek of begrenzing.

ik wil alleen een grote hal
bijna zo groot als de wereld
om tijdens de winter te schuilen
met al mijn beesten om mij heen.

Als vriendinnen adelaars en vosjes
als eten fruit en water
als dak de sterren en de zon
zodat in het gras de lucht zich uitstrekt

En dan, als het hoogzomer is
wil ik heel veel picknicks houden
in de dalen en op de heuvels
met heel veel duizend kindertjes.

En dan, je hebt het goed begrepen,
dan zul je met me meekomen
en dan zullen we samen
koning en koningin van ons leven zijn

12 L’ombra murtulaghju

D’asprura s’hè fattu lu raghju
di a tarra hè biancu lu sulaghju
l’ore si so triste è pisive
un ombra corre trà e campive.

Cutteghja l’anima svanita
si lenta à suspiri a vita
sbuleca machja è sipalaghju
vene à chjamà u so fuculaghju.

Nascenu ughjulu è abbaghju
in e chjose negre pagne
ruspa è rumena e campagne
si insanguineghja lu caghju.

A notte stende lu so imperu
sgotta à bughjoni l’ultimu seru
fala u vadu fuma u pagliaghju
è l’ombra scompie lu so viaghju.

Cantanu in celu e più pietose
cantanu in pienti, voce angusciose,
di u ventu s’apre u cataraghju
à u passu di u murtulaghju …

12 Schaduw van de zwervende ziel

De wind is bijtend fel geworden
de vloer van de aarde is wit
de uren zijn droef en peinzend
een schaduw dwaalt tussen de velden

Hij zoekt de verloren ziel
hij beklaagt al zuchtend zijn leven
Hij stroopt maquis en braambos af
hij komt om zijn levensvuur te roepen

Men hoort gejank en geblaf
in de diepduistere binnentuinen
woelt hij in de grond en hij graast het  land af
uit een wond komt wat bloed

De nacht strekt haar rijk uit
in diepe duisternis sprenkelt ze het  laatste wondvocht
een rivier stroomt, een hooiberg stoomt
en de schaduw voltooit zijn reis.

In de hemel zingt men het vroomste lied
ze zingen in klaagzangen, stemmen vol  angst
De poorten van de wind gaan open
voor de voetstappen van de zwervende ziel

13 Eo Sai

Eo sai saraghju quì
Pè chì mimoria toia
Abbia sempre una lenza da annacquà
Un sole da ragighjà

Eo sai saraghju quì
A’ parà ti lu tempu
Chi hà da zuccà e fronte
A porghje ti a e volte e mio riviglie tonte
A sente ti centu è più cose dì
Eo sai saraghju quì

Eo sai saraghju quì
Ad’apprupinquà i ghjorni
Pè chi u viaghju
Ùn si fia  in un travintaghju

Eo sai saraghju quì
Quandu strughje l’ultima neve
E chi Golu fattu si ne hè zergosu
Da l’anni sbrembatu ma silenziosu
A sente ti centu è più cose dì
Eo sai saraghju quì

13 Weet je, ik…

Weet je, ik zal hier zijn
opdat je herinnering
altijd een tuintje heeft om water te geven
een zon om fel te stralen

Weet je, ik zal hier zijn
om je te beschermen tegen de tijd
die voorhoofden doorgroeft
om je af en toe mijn lachrimpels aan te reiken
om je honderd-en-een dingen te horen zeggen
weet je, zal ik hier zijn

weet je, ik zal hier zijn
om de dagen dichter bij elkaar te brengen
zodat de reis
niet veel te zwaar zal worden

Weet je, ik zal hier zijn
wanneer de laatste sneeuw smelt
en Golu daardoor wild en onstuimig is geworden
door de jaren verwoest maar in stilte
om je honderd-en-een dingen te horen zeggen
weet je, zal ik hier zijn

* A Muntagnera
De Heilige Antonius van Padua is onder meer de schutspatroon van de reizigers, zijn feestdag valt op 13 juni.